{"id":175010,"date":"2025-09-18T00:00:00","date_gmt":"2025-09-17T22:00:00","guid":{"rendered":"https:\/\/www.bcfi.be\/voorkamerfibrillatie-bij-oudere-patienten-welke-aanpak\/"},"modified":"2026-04-09T17:10:09","modified_gmt":"2026-04-09T15:10:09","slug":"voorkamerfibrillatie-bij-oudere-patienten-welke-aanpak","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/bcfi.be\/nl\/voorkamerfibrillatie-bij-oudere-patienten-welke-aanpak\/","title":{"rendered":"Voorkamerfibrillatie bij oudere pati\u00ebnten: welke aanpak?"},"content":{"rendered":"<div class='summary'>\n<p>Kernboodschappen<\/p>\n<ul>\n<li>In een literatuuroverzicht<span class='folia-referentie-nummer'><sup>1<\/sup><\/span> dat gepubliceerd werd in het <i>British Medical Journal<\/i> (BMJ) wordt een <strong>aanpak op maat<\/strong> voorgesteld voor voorkamerfibrillatie (VKF) bij oudere pati\u00ebnten&#x002C; die rekening houdt met de <strong>grote klinische heterogeniteit<\/strong> in die populatie.<\/li>\n<li>Op basis van hun comorbiditeit&#x002C; mate van kwetsbaarheid en levensverwachting zijn er <strong>drie grote types van oudere pati\u00ebnten<\/strong> te onderscheiden. De behandeling van VKF zal afhangen van de categorie waarin de pati\u00ebnt zich bevindt. Op het einde van dit artikel vindt u een overzichtstabel.<\/li>\n<li>In plaats van systematisch te screenen op atriumfibrilleren&#x002C; verdient het de voorkeur om in de grijpen op <strong>risicofactoren<\/strong> voor VKF (obesitas&#x002C; sedentaire levensstijl&#x002C; alcoholgebruik&#x002C; arteri\u00eble hypertensie).<\/li>\n<li>De ontwikkeling van technieken voor katheterablatie van de VKF-haard&nbsp;biedt voor bepaalde pati\u00ebntenprofielen meer ruimte voor de strategie van \u2018rhythm control\u2019. Toch gaat de voorkeur in de huidige aanbevelingen nog altijd uit naar \u2018rate control\u2019<span class='folia-referentie-nummer'><sup>2&#x002C;3&#x002C;4&#x002C;5<\/sup><\/span>.<\/li>\n<li>Antistolling gebeurt <strong>niet systematisch<\/strong>&#x002C; hoewel een gevorderde leeftijd (vooral boven de 75&nbsp;jaar) een belangrijke risicofactor is voor trombose en dus&nbsp;pleit voor het voorschrijven van een anticoagulans. Als antistolling ge\u00efndiceerd is&#x002C; geven de huidige aanbevelingen de voorkeur aan een <strong>direct oraal anticoagulans (DOAC)<\/strong>&#x002C; behalve als de pati\u00ebnt al een stabiele antistolling krijgt met een vitamine K-antagonist (VKA)<span class='folia-referentie-nummer'><sup>2&#x002C;3&#x002C;6<\/sup><\/span>. DOAC\u2019s zouden trombo-embolische events immers even goed voorkomen als VKA\u2019s&#x002C; maar met een lager risico op bloeding. Onder de DOAC\u2019s lijkt <strong>apixaban<\/strong> de molecule met het beste veiligheidsprofiel. Bij pati\u00ebnten die stabiel zijn onder een VKA&#x002C; gaat de overschakeling van de VKA naar een DOAC echter gepaard met een verhoogd risico op bloeding.<\/li>\n<li><strong>Acetylsalicylzuur (ASA) heeft geen plaats<\/strong> als alternatief voor antistolling omdat ASA het risico op bloeding verhoogt en onvoldoende beschermt tegen trombo-embolische events als gevolg van VKF.<\/li>\n<li><u>Commentaren van het BCFI<\/u>:<br \/>&#8211;&nbsp;Binnen de strategie van \u2018rhythm control\u2019 is het belangrijk om een onderscheid te maken tussen de verschillende behandelingen. <strong>Voorzichtigheid is altijd geboden met antiaritmica<\/strong> omdat ze een nauwe therapeutisch-toxische marge hebben&#x002C; tal van interacties vertonen en ernstige ongewenste effecten kunnen veroorzaken.<br \/>&#8211; Gezien de afwezigheid van gegevens uit vergelijkende&#x002C; gerandomiseerde gecontroleerde studies&#x002C; het <strong>moeilijk blijft om een duidelijke voorkeur uit te spreken voor een bepaald anticoagulans<\/strong> bij VKF.<\/li>\n<\/ul>\n<\/div>\n<h2>Waarom is dit artikel belangrijk?<\/h2>\n<p>Voorkamerfibrillatie is een aandoening die <strong>vooral bij oudere personen voorkomt<\/strong>: 80% van de pati\u00ebnten met VKF is \u2265 65&nbsp;jaar en naar schatting 10% van de personen van 80&nbsp;jaar vertoont voorkamerfibrillatie<span class='folia-referentie-nummer'><sup>4<\/sup><\/span>.<\/p>\n<p>In de meeste studies naar de behandeling van VKF werden vooral niet-kwetsbare oudere pati\u00ebnten opgenomen die weinig comorbiditeit vertoonden.<br \/>De oudere pati\u00ebnten met VKF in de dagelijkse praktijk&#x002C; hebben echter een heel ander profiel. Die hebben vaak meerdere aandoeningen&#x002C; nemen meerdere geneesmiddelen in&#x002C; hebben soms een of meer geriatrische syndromen en soms ook een beperkte levensverwachting. Die pati\u00ebnten zijn dus <strong>ondervertegenwoordigd in de studies<\/strong> waarop de aanbevelingen voor de klinische praktijk gebaseerd zijn.<br \/>Afhankelijk van hun comorbiditeit en levensverwachting kunnen de <strong>prioriteiten<\/strong> van oudere pati\u00ebnten op het vlak van gezondheidsdoelen bovendien <strong>sterk uiteenlopen<\/strong>.<\/p>\n<p>In dit nieuwe <strong>literatuuroverzicht<\/strong> dat gepubliceerd werd in het BMJ<span class='folia-referentie-nummer'><strong><sup>1<\/sup><\/strong><\/span>&#x002C; wordt een <strong>aanpak van VKF op maat voor oudere pati\u00ebnten<\/strong> beschreven&#x002C; die zowel rekening houdt met hun <strong>mate van kwetsbaarheid<\/strong> als met hun <strong>wensen bij het levenseinde<\/strong>.<\/p>\n<h2>Opzet<\/h2>\n<p>Het literatuuronderzoek waarop dit artikel gebaseerd is&#x002C; was gericht op <strong>gerandomiseerde klinische studies (RCT\u2019s)<\/strong> die tussen 2010 en mei 2023 gepubliceerd werden en specifiek betrekking hadden op voorkamerfibrillatie bij oudere pati\u00ebnten.<\/p>\n<h2>Resultaten<\/h2>\n<h3>De ene oudere pati\u00ebnt is de andere niet<\/h3>\n<p>Gezien de grote heterogeniteit van de geriatrische populatie stellen de auteurs voor om <strong>3&nbsp;categorie\u00ebn van pati\u00ebnten<\/strong> te onderscheiden. Die verschillen <strong>op het vlak van levensverwachting<\/strong> en de <strong>aanwezigheid\/ernst van comorbiditeit<\/strong> bij de oudere pati\u00ebnten.<br \/>Die classificatie heeft als voordeel dat voor elke categorie van pati\u00ebnten een <strong>specifieke aanpak<\/strong> van VKF kan worden voorgesteld.<\/p>\n<p>De verschillende profielen kunnen op de volgende manier worden samengevat:<\/p>\n<ul>\n<li><strong>Autonome pati\u00ebnten die in goede conditie zijn<\/strong>\n<ul>\n<li><strong>\u200b<\/strong>Pati\u00ebnten met weinig comorbiditeit en met een levensverwachting van meer dan 10&nbsp;jaar.<\/li>\n<li>Over het algemeen zullen deze pati\u00ebnten dezelfde behandeling krijgen als jongere pati\u00ebnten.<\/li>\n<\/ul>\n<\/li>\n<li><strong>Kwetsbare pati\u00ebnten met meerdere aandoeningen<\/strong>\n<ul>\n<li><strong>\u200b<\/strong>Pati\u00ebnten met ernstiger comorbiditeiten&#x002C; waaronder geriatrische syndromen (bv. herhaaldelijk vallen). De levensverwachting is tussen een en tien jaar.<\/li>\n<li>Gezien de vele mogelijke varianten zal hier een behandeling op maat van de pati\u00ebnt worden gegeven.<\/li>\n<\/ul>\n<\/li>\n<li><strong>Pati\u00ebnten op het einde van hun leven<\/strong>\n<ul>\n<li><strong>\u200b<\/strong>Pati\u00ebnten met een gevorderde\/terminale aandoening met een levensverwachting van minder dan 1&nbsp;jaar.<\/li>\n<li>\n<p>Alleen behandelingen die een echte meerwaarde zijn voor het comfort van de pati\u00ebnt worden (verder) toegediend.<\/p>\n<div class='detailed-content'>In de praktijk kan het moeilijk zijn om de mate van kwetsbaarheid of de levensverwachting van een oudere pati\u00ebnt te bepalen.<br \/>Die kunnen evenwel ingeschat worden met online tools&#x002C; hoewel de meest aangepaste methode hiervoor de multidisciplinaire geriatrische evaluatie blijft.<br \/>De auteurs van het artikel stellen voor om de <a href='https:\/\/www.mdcalc.com\/calc\/10300\/csha-clinical-frailty-scale-cfs'>Clinical Frailty Scale<\/a> te gebruiken om na te gaan hoe kwetsbaar de oudere pati\u00ebnt is&#x002C; en de <a href='https:\/\/eprognosis.ucsf.edu\/calculators\/'>ePrognosis<\/a>-tool om zijn levensverwachting in te schatten.<\/div>\n<\/li>\n<\/ul>\n<\/li>\n<\/ul>\n<p>De auteurs van het artikel wijzen er ook op dat het belangrijk is om <strong>rekening te houden met de wensen van de pati\u00ebnt<\/strong>. Een behandeling die aangepast lijkt aan de eigenschappen van de oudere pati\u00ebnt blijkt in de praktijk immers niet altijd de meest geschikte voor die persoon (zo weigeren sommige pati\u00ebnten een procedure omwille van de potenti\u00eble ongewenste effecten).<\/p>\n<h3>Geen systematische opsporing&#x002C; maar ingrijpen op de risicofactoren<\/h3>\n<p>Er bestaat <strong>geen enkele twijfel<\/strong> dat VKF moet opgespoord worden na een cerebrovasculair accident (<strong>CVA<\/strong>) of een transient ischemic attack (<strong>TIA<\/strong>).<\/p>\n<p><strong>Het is evenwel minder duidelijk of screening van alle pati\u00ebnten voordelen heeft<\/strong>. Het is immers niet duidelijk bewezen dat oudere mensen meer op VKF screenen klinische voordelen oplevert&#x002C; zoals een verlaging van het aantal CVA\u2019s.<\/p>\n<p>Er kunnen echter wel bepaalde <strong>levensstijl- en dieetmaatregelen<\/strong> genomen worden om het risico van CVA te verminderen:<\/p>\n<ul>\n<li><strong>gewichtsverlies<\/strong> in het geval van obesitas*;<\/li>\n<li>regelmatig aan lichte tot matig intense <strong>lichaamsbeweging<\/strong> doen;<\/li>\n<li><strong>alcohol<\/strong>&nbsp;vermijden;<\/li>\n<li>de <strong>bloeddruk onder controle houden<\/strong>.<\/li>\n<\/ul>\n<p>&nbsp;* Bij oudere pati\u00ebnten wordt meestal een gewichts<i>controle<\/i> nagestreefd om verlies van spiermassa te vermijden.<\/p>\n<p>In dit literatuuroverzicht geven de auteurs de volgende aanbevelingen voor de verschillende profielen van oudere pati\u00ebnten:<\/p>\n<ul>\n<li><strong>Autonome pati\u00ebnten die in goede conditie zijn<\/strong>\n<ul>\n<li>De beslissing om op VKF te screenen moet in overleg met de pati\u00ebnt worden genomen.<\/li>\n<li>Het verdient aanbeveling om de risicofactoren aan te pakken.<\/li>\n<\/ul>\n<\/li>\n<li><strong>Kwetsbare pati\u00ebnten met meerdere aandoeningen<\/strong>\n<ul>\n<li><strong>\u200b<\/strong>Gezien de grote interindividuele variabiliteit in deze categorie van pati\u00ebnten is het moeilijk om hiervoor duidelijke aanbevelingen te doen. Voor sommige pati\u00ebnten zal de screening mogelijk geen voordelen opleveren.<\/li>\n<li>De beslissing om de risicofactoren aan te pakken moet in overleg met de pati\u00ebnt worden genomen.<\/li>\n<\/ul>\n<\/li>\n<li>Pati\u00ebnten op het <strong>einde van hun leven<\/strong>\n<ul>\n<li><strong>\u200b<\/strong>In de palliatieve setting heeft screening geen plaats.<\/li>\n<\/ul>\n<\/li>\n<\/ul>\n<h3>Ritmecontrole? Ja&#x002C; maar &#8230;<\/h3>\n<p>Er zijn twee strategie\u00ebn voor de behandeling van voorkamerfibrillatie: controle van de hartfrequentie (\u2018rate control\u2019) of controle van het hartritme (\u2018rhythm control\u2019).<\/p>\n<div class='detailed-content'>\n<ul>\n<li><strong>\u2018Rate control\u2019<\/strong> heeft als doel het hartritme te vertragen&#x002C; meestal met een b\u00e8ta-blokker of een calciumantagonist. In de meeste gevallen volstaat die behandeling om de klachten van de pati\u00ebnt te verlichten.<\/li>\n<li>Bij <strong>\u2018rhythm control\u2019<\/strong> is het doel om de pati\u00ebnt weer in een sinusritme te brengen en te houden. Daarvoor kunnen verschillende technieken gebruikt worden: cardioversie met een uitwendige elektrische shock&#x002C; medicamenteuze cardioversie (gebruik van een oraal antiaritmicum in het geval van de \u2018pill-in-pocket\u2019-strategie&#x002C; of intraveneus)&#x002C; langdurig gebruik van antiaritmica of katheterablatie van de VKF-haard. Als die ablatie succesvol is&#x002C; is langdurig gebruik van antiaritmica niet nodig.<\/li>\n<\/ul>\n<\/div>\n<p>Volgens de huidige richtlijnen<span class='folia-referentie-nummer'><sup>2&#x002C;3&#x002C;4&#x002C;5<\/sup><\/span> gaat de voorkeur uit naar \u2018rate control\u2019.<br \/>De ontwikkeling en verbetering van de technieken voor katheterablatie van de VKF-haard in de laatste jaren heeft geleid tot hernieuwde interesse voor de strategie van \u2018rhythm control\u2019. De European Society of Cardiology (ESC)<span class='folia-referentie-nummer'><sup>3<\/sup><\/span> beveelt aan om \u2018rhythm control\u2019 te overwegen bij pati\u00ebnten met VKF en stelt katheterablatie voor als eerste keuze in meerdere indicaties.<\/p>\n<p>Daarom neigen de auteurs van dit artikel naar een <strong>voorkeur<\/strong> voor \u2018rhythm control\u2019 bij <strong>autonome oudere pati\u00ebnten die in goede conditie zijn<\/strong>.<br \/>Bij <strong>kwetsbare oudere pati\u00ebnten met meerdere aandoeningen<\/strong> blijft die strategie eveneens een <strong>optie<\/strong> (bijvoorbeeld als VKF de levenskwaliteit aantast).<br \/>Bij pati\u00ebnten op het <strong>einde van hun leven<\/strong> heeft \u2018rhythm control\u2019 alleen zin als die het <strong>comfort<\/strong> van de pati\u00ebnt verbetert. Katheterablatie lijkt voor dit profiel van pati\u00ebnten echter weinig geschikt.<\/p>\n<p><strong>En bij pati\u00ebnten met hartfalen?<\/strong><br \/>Vaak bestaat er een nauw verband tussen VKF en hartfalen: hartfalen verhoogt het risico op VKF en VKF verergert het hartfalen.<br \/>Bij hartfalen met gedaalde ejectiefractie (HFrEF) bevelen de auteurs van het artikel aan om snel over te gaan tot \u2018<strong>rhythm control<\/strong>\u2019&#x002C; en de eerste keuze gaat daarbij uit naar <strong>katheterablatie<\/strong>. (NB BCFI: de meeste antiaritmica zijn gecontra-indiceerd bij hartfalen.)<br \/>Hartfalen met bewaarde ejectiefractie (HFpEF) werd in dit literatuuroverzicht niet besproken.<\/p>\n<h3>Antistolling: ja\/nee? Hoe?<\/h3>\n<h4>Geen systematische antistolling<\/h4>\n<p>Antistolling bij pati\u00ebnten van \u2265 75&nbsp;jaar is opgenomen in de huidige richtlijnen voor de klinische praktijk&#x002C; en de meeste organisaties gebruiken daarvoor de CHA<sub>2<\/sub>DS<sub>2<\/sub>-VASc- en de CHA<sub>2<\/sub>DS<sub>2<\/sub>-VA-score.<\/p>\n<div class='detailed-content'>\n<ul>\n<li>De CHA<sub>2<\/sub>DS<sub>2<\/sub>-VASc- en CHA<sub>2<\/sub>DS<sub>2<\/sub>-VA-score zijn de scores die het vaakst vermeld worden in de verschillende aanbevelingen voor goede praktijk&nbsp;met betrekking tot voorkamerfibrillatie.<br \/>Ze worden gebruikt om het risico op CVA en andere trombo-embolische events te evalueren bij pati\u00ebnten met niet-valvulaire VKF en om te helpen bij de beslissing om al dan niet antistolling toe te passen.<\/li>\n<li>In de CHA<sub>2<\/sub>DS<sub>2<\/sub>-VASc-score wordt 1&nbsp;punt toegekend voor chronisch hartfalen&#x002C; hypertensie&#x002C; een leeftijd tussen 65 en 74&nbsp;jaar&#x002C; diabetes&#x002C; een vaataandoening of vrouwelijk geslacht. Er worden 2&nbsp;punten toegekend voor een antecedent van CVA\/TIA of een leeftijd \u2265 75&nbsp;jaar.<\/li>\n<li>De CHA<sub>2<\/sub>DS<sub>2<\/sub>-VA-score gebruikt dezelfde criteria&#x002C; met uitzondering van het criterium voor het geslacht.<\/li>\n<li>Antistolling wordt aanbevolen bij een CHA<sub>2<\/sub>DS<sub>2<\/sub>-VASc \u2265 2 bij mannen en \u2265 3 bij vrouwen<span class='folia-referentie-nummer'><sup>2<\/sup><\/span> of als de CHA<sub>2<\/sub>DS<sub>2<\/sub>-VA-score \u2265 2 is<span class='folia-referentie-nummer'><sup>3<\/sup><\/span>. Pati\u00ebnten van \u2265 75&nbsp;jaar bereiken die score altijd&#x002C; waardoor antistolling aanbevolen is.<\/li>\n<\/ul>\n<\/div>\n<p>De relevantie van tromboprofylaxe bij oudere pati\u00ebnten kan echter om meerdere redenen in vraag worden gesteld:<\/p>\n<ul>\n<li>het risico op bloeding onder anticoagulantia neemt toe met de leeftijd;<\/li>\n<li>pati\u00ebnten &gt; 80&nbsp;jaar zijn ondervertegenwoordigd in de studies over anticoagulantia voor de preventie van CVA;<\/li>\n<li>pati\u00ebnten met een gevorderde leeftijd hebben niet alleen een hoog risico op een CVA&#x002C; maar ook op andere morbiditeiten.<\/li>\n<\/ul>\n<p>De auteurs van dit literatuuroverzicht geven daarom de volgende aanbevelingen:<\/p>\n<ul>\n<li>Bij de 3 pati\u00ebntenprofielen moeten de <strong>reversibele risicofactoren voor bloeding<\/strong> aangepakt worden:\n<ul>\n<li>zorg voor een goede controle van de <strong>bloeddruk<\/strong>;<\/li>\n<li>vermijd het gebruik van niet-stero\u00efdale anti-inflammatoire middelen (<strong>NSAID\u2019s<\/strong>);<\/li>\n<li>overweeg om een protonpompremmer (<strong>PPI<\/strong>) voor te schrijven bij pati\u00ebnten die twee of meer antitrombotica krijgen;<\/li>\n<li>verminder indien mogelijk het gebruik van <strong>antiaggregantia<\/strong> (geef bijvoorbeeld de voorkeur aan antistolling in monotherapie boven een combinatie&nbsp;met anticoagulantia op lange termijn).<\/li>\n<\/ul>\n<\/li>\n<li>Bij <strong>autonome oudere pati\u00ebnten in goede conditie<\/strong>: antistolling is <strong>aanbevolen<\/strong>.<\/li>\n<li>Bij <strong>kwetsbare pati\u00ebnten met meerdere aandoeningen<\/strong>: de beslissing tot antistolling moet <strong>geval per geval<\/strong> gebeuren&#x002C; in overleg met de pati\u00ebnt.<\/li>\n<li>Bij pati\u00ebnten op het <strong>einde van hun leven<\/strong>: <strong>stopzetting van de antistolling<\/strong> moet overwogen worden omdat de risico-batenbalans wellicht negatief is.<\/li>\n<\/ul>\n<p>Het is altijd nuttig om bij pati\u00ebnten met VKF naast het risico op trombo-embolie ook het <strong>risico op bloeding<\/strong> te evalueren (bijvoorbeeld met de klinische <a href='https:\/\/www.mdcalc.com\/calc\/807\/has-bled-score-major-bleeding-risk#when-to-use'>HAS-BLED<\/a>-score). Aangezien het risico op bloeding kan vari\u00ebren over de tijd&#x002C; is het gebruik van zo een klinische score vooral nuttig om eventuele reversibele risicofactoren voor bloeding op te sporen\/aan te pakken en te bepalen of een langere klinische controle nodig is.<span class='folia-referentie-nummer'><sup>4<\/sup><\/span>&nbsp;De klinische scores die het bloedingsrisico evalueren&#x002C; mogen daarom op zich geen formele contra-indicatie voor antistolling vormen<span class='folia-referentie-nummer'><sup>4<\/sup><\/span>.<\/p>\n<h4>Voorkeur voor apixaban&#x002C; behalve bij pati\u00ebnten die goed gecontroleerd zijn met een VKA?<\/h4>\n<p>Als antistolling ge\u00efndiceerd is&#x002C; moet de <strong>voorkeur<\/strong> volgens de auteurs van het artikel uitgaan naar directe orale anticoagulantia (<strong>DOAC\u2019s<\/strong>) in plaats van naar vitamine K-antagonisten (<strong>VKA\u2019s<\/strong>).<br \/>De auteurs onderbouwen dat standpunt door erop te wijzen dat de werkzaamheid van beide klassen van geneesmiddelen vergelijkbaar is&#x002C; en dat het risico op interacties en bloedingen hoger is met VKA\u2019s.<br \/>Bovendien vereisen DOAC\u2019s geen bloedcontroles&#x002C; waardoor ze minder belastend zijn voor de pati\u00ebnt.<\/p>\n<p>Op basis van de observationele gegevens die momenteel beschikbaar zijn&#x002C; wordt <strong>apixaban<\/strong> in het artikel als <strong>eerste keuze<\/strong> aangeduid omdat het minder risico op bloeding geeft dan de andere DOAC\u2019s.<\/p>\n<p><strong>Als de pati\u00ebnt al een stabiele antistolling krijgt met een VKA<\/strong>&#x002C; wordt aanbevolen om de antistolling <strong>niet te vervangen<\/strong> door een DOAC omdat bij zo een vervanging het risico op bloeding verhoogt en het risico op trombo-embolische complicaties niet verlaagt.<br \/>(NB BCFI: een&nbsp;VKA blijft de eerste keuze bij een mitralis-stenose of een klepprothese).<\/p>\n<p>Tot slot&#x002C; <strong>acetylsalicylzuur (ASA) heeft geen plaats<\/strong> als alternatief voor antistolling omdat ASA het risico op bloeding verhoogt&#x002C; zonder voldoende bescherming tegen CVA.<\/p>\n<h4>En als de pati\u00ebnt nierinsuffici\u00ebntie heeft?<\/h4>\n<p>Chronische nierinsuffici\u00ebntie verhoogt het risico op VKF en CVA&#x002C; maar ook het risico op bloeding.<\/p>\n<p>Dit literatuuroverzicht geeft volgende informatie:<\/p>\n<ul>\n<li>In het geval van <strong>lichte tot matige<\/strong> <strong>nierinsuffici\u00ebntie<\/strong> <strong>bevelen<\/strong> de auteurs antistolling met een DOAC of een VKA aan.<br \/>(NB BCFI: met uitzondering van apixaban&#x002C; moet de dosering van de DOAC\u2019s aangepast worden vanaf matige nierinsuffici\u00ebntie (GFR tussen 30 en 59&nbsp;ml\/min.\/1&#x002C;73&nbsp;m<sup>2<\/sup>)).<\/li>\n<li>Bij <strong>ernstige<\/strong> <strong>nierinsuffici\u00ebntie<\/strong> (GFR &lt; 30&nbsp;ml\/min.\/1&#x002C;73&nbsp;m<sup>2<\/sup>)&#x002C; wordt de aanbeveling voor antistolling (met een DOAC of een VKA) <strong>zwak<\/strong>.<br \/>(NB BCFI: hoewel het bij die pati\u00ebnten mogelijk blijft om bepaalde DOAC\u2019s te gebruiken&#x002C; moeten we erop wijzen dat dabigatran gecontra-indiceerd is bij ernstige nierinsuffici\u00ebntie en dat de dosering van de andere DAOC\u2019s (met inbegrip van apixaban) moet worden aangepast. De dosering van apixaban moet ook aangepast worden als de pati\u00ebnt minstens 2 van de volgende 3 kenmerken vertoont: \u2265 80&nbsp;jaar&#x002C; \u2264 60&nbsp;kg&#x002C;&nbsp;creatinine \u2265 1&#x002C;5&nbsp;mg\/dl.)<\/li>\n<li>In het geval van <strong>terminale nierinsuffici\u00ebntie<\/strong> is in <strong>geen enkele studie<\/strong> aangetoond dat antistolling duidelijke voordelen heeft. Er zijn momenteel studies aan de gang waarin dat onderzocht wordt&#x002C; en uit de eerste resultaten blijkt dat DOAC\u2019s bij die pati\u00ebnten mogelijk een alternatief vormen voor VKA\u2019s&#x002C; maar dat moet nog worden bevestigd.<br \/>(NB BCFI: dabigatran is gecontra-indiceerd vanaf een GFR &lt; 30&nbsp;ml\/min.\/1&#x002C;73&nbsp;m<sup>2<\/sup>&#x002C; en dus bij pati\u00ebnten met terminale nierinsuffici\u00ebntie. In de SKP\u2019s (samenvatting van de kenmerken van het product) van de andere DAOC\u2019s wordt afgeraden om ze te gebruiken bij een dergelijke GFR.)<\/li>\n<\/ul>\n<h2>Commentaren van het BCFI<\/h2>\n<p>Dit literatuuroverzicht heeft de verdienste dat ze aandacht besteedt aan het probleem van voorkamerfibrillatie bij kwetsbare oudere pati\u00ebnten. Die populatie is tot dusver <strong>te vaak ondervertegenwoordigd<\/strong> in de studies die als basis dienen voor de richtlijnen voor de klinische praktijk.<\/p>\n<p>Binnen de strategie van \u2018<strong>rhythm control<\/strong>\u2019 is het <strong>belangrijk om onderscheid te maken tussen katheterablatie van de VKF-haard<\/strong> en een <strong>medicamenteuze behandeling met antiaritmica<\/strong>.<br \/>Dat er weer meer interesse is voor ritmecontrole&#x002C; is grotendeels te danken aan de EAST-AFNET4-studie<span class='folia-referentie-nummer'><sup>7<\/sup><\/span>.<\/p>\n<div class='detailed-content'>In deze gerandomiseerde klinische studie (RCT) werden 2 789&nbsp;pati\u00ebnten met VKF opgenomen. De gemiddelde leeftijd van de deelnemers was 70&nbsp;jaar. De meesten van hen (87&#x002C;9%) hadden hypertensie&#x002C; 28&#x002C;6% vertoonde stabiel hartfalen&#x002C; 12&#x002C;6% had een matige tot ernstige nierinsuffici\u00ebntie&#x002C; 11&#x002C;8% had een voorgeschiedenis van TIA\/CVA en bijna de helft van de deelnemers (43&#x002C;7%) vertoonde een cognitieve beperking. Bij ongeveer een derde van de pati\u00ebnten veroorzaakte de voorkamerfibrillatie geen symptomen (30&#x002C;5%).<br \/>De behandelingen die gebruikt werden voor ritmecontrole waren overwegend antiaritmica (86&#x002C;8% van de deelnemers at baseline en 45&#x002C;7% na 2&nbsp;jaar) en in mindere mate katheterablatie van de VKF-haard (8% van de deelnemers at baseline en 19&#x002C;4% na 2&nbsp;jaar).<\/div>\n<p>Deze studie toonde dat ritmecontrole het risico op cardiovasculaire mortaliteit&#x002C; CVA of hospitalisatie wegens hartfalen of acuut coronair syndroom een jaar na de diagnose van VKF meer verlaagt dan \u2018rate control\u2019 (HR 0&#x002C;79 met 95%-BI van 0&#x002C;66 tot 0&#x002C;94).<br \/>Aangezien de strategie van ritmecontrole twee erg verschillende types van interventie omvatte (katheterablatie versus het gebruik van antiaritmica)&#x002C; is het moeilijk om duidelijke conclusies te trekken over het nut ervan&#x002C; en het is mogelijk dat de positieve resultaten van de ritmecontrole te verklaren zijn door de toepassing van de ablatie.<br \/>Meerdere studies<span class='folia-referentie-nummer'><sup>8<\/sup><\/span> hebben immers uitgewezen dat ablatie tot een betere ritmecontrole leidt dan een medicamenteuze behandeling met antiaritmica.<br \/>Bovendien toonde een recente meta-analyse<span class='folia-referentie-nummer'><sup>9<\/sup><\/span> dat met uitzondering van de acute fase na de interventie&#x002C; ablatie betere resultaten opleverde dan de medicamenteuze behandeling op het vlak van harde eindpunten (ischemisch CVA&#x002C; totale mortaliteit&#x002C; hospitalisatie wegens hartfalen).<br \/>We moeten dus voorzichtig zijn als de auteurs van dit literatuuroverzicht \u2018rhythm control\u2019 aanbevelen. <strong>Voorzichtigheid blijft altijd geboden met antiaritmica<\/strong> omdat ze een nauwe therapeutisch-toxische marge hebben&#x002C; tal van interacties vertonen en ernstige ongewenste effecten kunnen veroorzaken.<br \/>Ondanks de toenemende interesse voor de strategie van &#8216;rythm control gaat de voorkeur in de huidige aanbevelingen nog altijd uit naar \u2018rate control\u2019.&nbsp;<span class='folia-referentie-nummer'><sup>2&#x002C;3&#x002C;4&#x002C;5<\/sup><\/span><\/p>\n<p>Het BCFI betreurt dat er <strong>geen gerandomiseerde klinische studies zijn uitgevoerd waarin verschillende anticoagulantia met elkaar vergeleken werden<\/strong> in de preventie van trombo-embolische events als gevolg van VKF.<br \/>De voorkeur voor een DOAC (en meer bepaald apixaban) in dit literatuuroverzicht berust op observationele studies.<br \/>Daarom is het&nbsp;moeilijk om een duidelijk standpunt in te nemen met betrekking tot de voorkeur voor een bepaalde molecule boven een andere voor antistolling bij VKF.<\/p>\n<h2>Overzichtstabel: aanpak van VKF bij oudere pati\u00ebnten volgens het BMJ-artikel<\/h2>\n<figure class='table' style='width:900px;'>\n<table border='1' cellpadding='1' cellspacing='1'>\n<tbody>\n<tr>\n<td style='background-color:rgb(0&#x002C; 165&#x002C; 71);'>&nbsp;<\/td>\n<td style='background-color:rgb(0&#x002C; 165&#x002C; 71);text-align:center;vertical-align:middle;'><strong>In goede conditie\/autonoom<\/strong><\/td>\n<td style='background-color:rgb(0&#x002C; 165&#x002C; 71);text-align:center;vertical-align:middle;'><strong>Meerdere aandoeningen\/kwetsbaar<\/strong><\/td>\n<td style='background-color:rgb(0&#x002C; 165&#x002C; 71);text-align:center;vertical-align:middle;'><strong>Levenseinde<\/strong><\/td>\n<\/tr>\n<tr>\n<td>\n<p><strong>Comorbiditeit<\/strong><\/p>\n<p><strong>Levensverwachting<\/strong><\/p>\n<\/td>\n<td style='text-align:center;vertical-align:middle;'>\n<p style='text-align:center;'>+\/-<\/p>\n<p>&gt; 10&nbsp;jaar<\/p>\n<\/td>\n<td style='text-align:center;vertical-align:middle;'>\n<p style='text-align:center;'>++<\/p>\n<p>1-10&nbsp;jaar<\/p>\n<\/td>\n<td style='text-align:center;vertical-align:middle;'>\n<p style='text-align:center;'>+++<\/p>\n<p>&lt; 1&nbsp;jaar<\/p>\n<\/td>\n<\/tr>\n<tr>\n<td style='text-align:left;vertical-align:middle;'><strong>Screening<\/strong><\/td>\n<td style='text-align:center;vertical-align:middle;'>Te bespreken<\/td>\n<td style='text-align:center;vertical-align:middle;'>Te weinig gegevens<\/td>\n<td style='text-align:center;vertical-align:middle;'>Niet aanbevolen<\/td>\n<\/tr>\n<tr>\n<td style='text-align:left;vertical-align:middle;'><strong>Risicofactoren aanpakken<\/strong><\/td>\n<td style='text-align:center;vertical-align:middle;'>Aanbevolen<\/td>\n<td style='text-align:center;vertical-align:middle;'>Te bespreken<\/td>\n<td style='text-align:center;vertical-align:middle;'>Alleen indien \u2197 comfort<\/td>\n<\/tr>\n<tr>\n<td style='text-align:left;vertical-align:middle;'><strong>Rhythm control?<\/strong><\/td>\n<td style='text-align:center;vertical-align:middle;'>Aanbevolen<br \/>(ablatie?)<\/td>\n<td style='text-align:center;vertical-align:middle;'>Te overwegen (ablatie?)<\/td>\n<td style='text-align:center;vertical-align:middle;'>Alleen indien&nbsp; \u2197 comfort<br \/>(a priori geen ablatie)<\/td>\n<\/tr>\n<tr>\n<td style='background-color:rgb(238&#x002C; 238&#x002C; 238);text-align:center;vertical-align:middle;'>&nbsp;<\/td>\n<td style='background-color:rgb(238&#x002C; 238&#x002C; 238);text-align:left;vertical-align:middle;' colspan='3' rowspan='1'>NB BCFI:&nbsp;\u2018Rate control\u2019 blijft de eerstekeuzebehandeling in de richtlijnen<span class='folia-referentie-nummer'><sup>2&#x002C;3&#x002C;4&#x002C;5<\/sup><\/span><br \/>&nbsp;<\/td>\n<\/tr>\n<tr>\n<td style='background-color:rgb(255&#x002C; 255&#x002C; 255);'><strong>Antistolling<\/strong><\/td>\n<td style='background-color:rgb(255&#x002C; 255&#x002C; 255);text-align:left;vertical-align:middle;' colspan='3' rowspan='1'>Bespreek de risico-batenverhouding \u2013 Grijp in op de risicofactoren<\/td>\n<\/tr>\n<tr>\n<td style='background-color:rgb(255&#x002C; 255&#x002C; 255);'>&nbsp;<\/td>\n<td style='background-color:rgb(255&#x002C; 255&#x002C; 255);text-align:center;vertical-align:middle;'>Aanbevolen<\/td>\n<td style='background-color:rgb(255&#x002C; 255&#x002C; 255);text-align:center;vertical-align:middle;'>Te bespreken<\/td>\n<td style='background-color:rgb(255&#x002C; 255&#x002C; 255);text-align:center;vertical-align:middle;'>Overweeg stopzetting<\/td>\n<\/tr>\n<tr>\n<td style='background-color:rgb(255&#x002C; 255&#x002C; 255);'>&nbsp;<\/td>\n<td style='background-color:rgb(255&#x002C; 255&#x002C; 255);text-align:left;vertical-align:middle;' colspan='3' rowspan='1'>\n<p style='text-align:center;'>Observationele gegevens in het voordeel van DOAC\u2019s (apixaban)<\/p>\n<p>NB BCFI: er zijn geen RCT\u2019s waarin anticoagulantia worden vergeleken voor VKF<\/p>\n<\/td>\n<\/tr>\n<\/tbody>\n<\/table>\n<\/figure>\n<h2>Bronnen<\/h2>\n<p><span class='folia-referentie-tekst folia-referentie-nummer'>1&nbsp;<\/span><span class='folia-referentie-tekst'>Parks AL&#x002C; Frankel DS&#x002C; Kim DH&#x002C; et al. Management of atrial fibrillation in older adults.&nbsp;<\/span><i><span class='folia-referentie-tekst'>BMJ<\/span><\/i><span class='folia-referentie-tekst'>. 2024;386:e076246. Published 2024 Sep 17. <\/span><a href='https:\/\/pubmed.ncbi.nlm.nih.gov\/39288952\/'><span class='folia-referentie-tekst'>doi:10.1136\/bmj-2023-076246<\/span><\/a><br \/><span class='folia-referentie-tekst folia-referentie-nummer'>2&nbsp;<\/span><span class='folia-referentie-tekst'>NHG-Richtlijnen <\/span><a href='https:\/\/richtlijnen.nhg.org\/standaarden\/atriumfibrilleren'><span class='folia-referentie-tekst'>Atriumfibrilleren<\/span><\/a><span class='folia-referentie-tekst'>.<\/span><br \/><span class='folia-referentie-tekst folia-referentie-nummer'>3<\/span><span class='folia-referentie-tekst'>&nbsp;Van Gelder IC&#x002C; Rienstra M&#x002C; Bunting KV&#x002C; et al. 2024 ESC Guidelines for the management of atrial fibrillation developed in collaboration with the European Association for Cardio-Thoracic Surgery (EACTS). Eur Heart J. 2024;45(36):3314-3414. <\/span><a href='https:\/\/pubmed.ncbi.nlm.nih.gov\/39210723\/'><span class='folia-referentie-tekst'>doi:10.1093\/eurheartj\/ehae176<\/span><\/a><br \/><span class='folia-referentie-tekst folia-referentie-nummer'>4<\/span><span class='folia-referentie-tekst'>&nbsp;BMJ Best Practice. <\/span><a href='https:\/\/bestpractice.bmj.com\/topics\/en-gb\/1'><span class='folia-referentie-tekst'>Established atrial fibrillation<\/span><\/a><span class='folia-referentie-tekst'>. Geraadpleegd op 08\/05\/2025.<\/span><br \/><span class='folia-referentie-tekst folia-referentie-nummer'>5<\/span><span class='folia-referentie-tekst'>&nbsp;National Institute for Health and Care Excellence. (2021). Atrial fibrillation: diagnosis and management. [<\/span><a href='https:\/\/www.nice.org.uk\/guidance\/ng196'><span class='folia-referentie-tekst'>NICE guideline NG196<\/span><\/a><span class='folia-referentie-tekst'>].<\/span><br \/><span class='folia-referentie-tekst folia-referentie-nummer'>6<\/span><span class='folia-referentie-tekst'>&nbsp;By the 2023 American Geriatrics Society Beers Criteria\u00ae Update Expert Panel. American Geriatrics Society 2023 updated AGS Beers Criteria\u00ae for potentially inappropriate medication use in older adults. J Am Geriatr Soc. 2023;71(7):2052-2081. <\/span><a href='https:\/\/pubmed.ncbi.nlm.nih.gov\/37139824\/'><span class='folia-referentie-tekst'>doi:10.1111\/jgs.18372<\/span><\/a><br \/><span class='folia-referentie-tekst folia-referentie-nummer'>7<\/span><span class='folia-referentie-tekst'>&nbsp;Kirchhof P&#x002C; Camm AJ&#x002C; Goette A&#x002C; et al. Early Rhythm-Control Therapy in Patients with Atrial Fibrillation. N Engl J Med. 2020;383(14):1305-1316. <\/span><a href='https:\/\/www.nejm.org\/doi\/full\/10.1056\/NEJMoa2019422'><span class='folia-referentie-tekst'>doi:10.1056\/NEJMoa2019422<\/span><\/a><br \/><span class='folia-referentie-tekst folia-referentie-nummer'>8<\/span><span class='folia-referentie-tekst'>&nbsp;Schwennesen HT&#x002C; Andrade JG&#x002C; Wood KA&#x002C; Piccini JP. Ablation to Reduce Atrial Fibrillation Burden and Improve Outcomes: JACC Review Topic of the Week. J Am Coll Cardiol. 2023;82(10):1039-1050. <\/span><a href='https:\/\/pubmed.ncbi.nlm.nih.gov\/37648353\/'><span class='folia-referentie-tekst'>doi:10.1016\/j.jacc.2023.06.029<\/span><\/a><br \/><span class='folia-referentie-tekst folia-referentie-nummer'>9<\/span><span class='folia-referentie-tekst'>&nbsp;Montan\u00e9 B&#x002C; Zhang S&#x002C; Wolfe JD&#x002C; et al. Catheter and Surgical Ablation for Atrial Fibrillation : A Systematic Review and Meta-analysis. Ann Intern Med. Published online July 1&#x002C; 2025. <\/span><a href='https:\/\/pubmed.ncbi.nlm.nih.gov\/40587868\/'><span class='folia-referentie-tekst'>doi:10.7326\/ANNALS-25-00253<\/span><\/a><\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Kernboodschappen In een literatuuroverzicht1 dat gepubliceerd werd in het British  [&#8230;]<\/p>\n","protected":false},"author":9,"featured_media":0,"comment_status":"closed","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[43,20353],"tags":[20213,20224],"class_list":["post-175010","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-nieuw","category-2025-nl","tag-import_tags","tag-import_tags-nl"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/bcfi.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/175010","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/bcfi.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/bcfi.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/bcfi.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/users\/9"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/bcfi.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=175010"}],"version-history":[{"count":2,"href":"https:\/\/bcfi.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/175010\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":180380,"href":"https:\/\/bcfi.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/175010\/revisions\/180380"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/bcfi.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=175010"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/bcfi.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/categories?post=175010"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/bcfi.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/tags?post=175010"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}