{"id":175076,"date":"2025-02-27T00:00:00","date_gmt":"2025-02-26T23:00:00","guid":{"rendered":"https:\/\/www.bcfi.be\/systematisch-voorschrijven-van-betablokkers-na-een-myocardinfarct-binnenkort-verleden-tijd\/"},"modified":"2026-04-02T19:08:57","modified_gmt":"2026-04-02T17:08:57","slug":"systematisch-voorschrijven-van-betablokkers-na-een-myocardinfarct-binnenkort-verleden-tijd","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/bcfi.be\/nl\/systematisch-voorschrijven-van-betablokkers-na-een-myocardinfarct-binnenkort-verleden-tijd\/","title":{"rendered":"Systematisch voorschrijven van b\u00e8tablokkers na een myocardinfarct: binnenkort verleden tijd?"},"content":{"rendered":"<h2>Kernboodschap<\/h2>\n<ul>\n<li>\n<p>Bij pati&euml;nten met een myocardinfarct met <i>gedaalde ejectiefractie (EF)<\/i> is duidelijk aangetoond dat het langdurig voorschrijven van b&egrave;tablokkers gunstig is.<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p><b>Twee recente gerandomiseerde studies <\/b>(RCT&rsquo;s)&#x002C; REDUCE-AMI en ABYSS&#x002C; onderzochten de geschiktheid van een langdurige behandeling met b&egrave;tablokkers bij pati&euml;nten met myocardinfarct met <i>bewaarde <\/i>of <i>matig gedaalde ejectiefractie<\/i>.<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>De twee studies lieten <b>tegenstrijdige<\/b> resultaten zien:<\/p>\n<ul>\n<li>\n<p>De <b>REDUCE-AMI<\/b>-studie toonde <b>geen<\/b> statistisch significant <b>verschil<\/b> tussen de twee groepen (voorschrijven van b&egrave;tablokker tegenover geen b&egrave;tablokker) wat betreft overlijden en recidieven van myocardinfarct.<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p><b>ABYSS<\/b> was een non-inferioriteitsstudie waarin het onderbreken of voortzetten van een behandeling met b&egrave;tablokkers na een myocardinfarct werd vergeleken. De studie was niet in staat om de non-inferioriteit van het onderbreken van de behandeling ten opzichte van het voortzetten ervan vast te stellen. Het <b>stopzetten<\/b> van b&egrave;tablokkers was namelijk <b>geassocieerd met meer ongewenste events<\/b> (vooral ziekenhuisopnames om cardiovasculaire redenen).<\/p>\n<\/li>\n<\/ul>\n<\/li>\n<li>\n<p>Het is nog <b>te vroeg om een definitieve uitspraak te doen<\/b> over de geschiktheid van een behandeling met b&egrave;tablokkers bij alle pati&euml;nten met een bewaarde of matig gedaalde ejectiefractie als gevolg van een myocardinfarct. Gezien de resultaten van deze twee studies is het echter <b>waarschijnlijk<\/b> dat <b>specifieke subgroepen van pati&euml;nten zo&rsquo;n behandeling niet nodig hebben<\/b>.<\/p>\n<\/li>\n<\/ul>\n<h2>Waarom zijn deze studies belangrijk?<\/h2>\n<ul>\n<li>\n<p>De meeste studies die een voordeel van b&egrave;tablokkers na een myocardinfarct aantoonden&#x002C; dateren uit de jaren&nbsp;1980. Systolische ventrikeldisfunctie na een infarct kwam toen bijzonder vaak voor&#x002C; omdat de huidige diagnostische en therapeutische technieken (zoals bepaling van het troponine&#x002C; percutane angioplastiek&#x002C;&hellip;) niet beschikbaar waren.<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>Door de ernst van het myocardinfarct te beperken&#x002C; hebben deze revoluties in de aanpak mee geleid tot het ontstaan van <b>nieuwe klinische entiteiten<\/b>: infarcten met bewaarde (EF &ge;&nbsp;50%) of matig gedaalde (EF &lt; 50% en &gt; 40%) systolische functie.<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>B&egrave;tablokkers kunnen ongewenste effecten veroorzaken die een invloed hebben op de levenskwaliteit van pati&euml;nten (bv. vermoeidheid&#x002C; verminderde inspanningscapaciteit&#x002C;&hellip;). Het is dus <b>klinisch relevant<\/b> om het nut van een langdurige behandeling met b&egrave;tablokkers bij die specifieke subgroepen van pati&euml;nten opnieuw te beoordelen.<\/p>\n<\/li>\n<\/ul>\n<h2>Opzet van de studies<\/h2>\n<ul>\n<li>\n<p><b>REDUCE-AMI<\/b>:<\/p>\n<ul>\n<li>\n<p>Multicentrische open-label RCT-superioriteitsstudie met intention-to-treat-analyse.<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>Deelnemers: pati&euml;nten die <b>&le;&nbsp;7&nbsp;dagen<\/b> eerder een myocardinfarct hadden&#x002C; gedocumenteerd door coronarografie en met <b>EF&nbsp;<\/b><b>&ge;&nbsp;50%.<\/b><\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>Randomisatie in 2&nbsp;groepen: &quot;b&egrave;tablokker voorgeschreven&quot; tegenover &quot;geen b&egrave;tablokker&quot;.<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>Gebruikte b&egrave;tablokkers: metoprolol&#x002C; bisoprolol.<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>Primair eindpunt: samengesteld eindpunt van overlijden door eender welke oorzaak en recidief myocardinfarct.<\/p>\n<\/li>\n<\/ul>\n<\/li>\n<li>\n<p><b>ABYSS<\/b>:<\/p>\n<ul>\n<li>\n<p>Multicentrische open-label RCT\u2011non\u2011inferioriteitsstudie met intention-to-treat-analyse.<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>Deelnemers: pati&euml;nten met een voorgeschiedenis van myocardinfarct &ge;<!--[if gte msEquation 12]><m:oMath><b style=\u2019mso-bidi-font-weight:normal\u2019><i style=\u2019mso-bidi-font-style:normal\u2019><span lang=NL style=\u2019font-size:12.0pt;line-height:150%;font-family:'Cambria Math'&#x002C;serif; mso-fareast-font-family:Calibri;mso-bidi-font-family:'Times New Roman'; mso-ansi-language:NL;mso-fareast-language:NL-BE;mso-bidi-language:AR-SA\u2019><m:r><m:rPr><m:scr m:val='roman'\/><m:sty m:val='bi'\/><\/m:rPr>\u2265<\/m:r><\/span><\/i><\/b><\/m:oMath><![endif]--> <b>&nbsp;6&nbsp;maanden <\/b>geleden en met <b>EF&nbsp;&ge;&nbsp;40%<\/b>.<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>Randomisatie in 2&nbsp;groepen: stopzetting van de b&egrave;tablokker waarmee werd gestart op het moment van het myocardinfarct tegenover voortzetting ervan.<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>Gebruikte b&egrave;tablokkers: bisoprolol&#x002C; acebutolol&#x002C; atenolol&#x002C; nebivolol&#x002C; metoprolol&#x002C; carvedilol&#x002C; andere b&egrave;tablokkers (&lt; 1 %).<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>Primair eindpunt: samengesteld eindpunt van overlijden&#x002C; niet-fataal recidief myocardinfarct&#x002C; niet-fataal CVA&#x002C; ziekenhuisopname om cardiovasculaire redenen.<\/p>\n<\/li>\n<\/ul>\n<\/li>\n<\/ul>\n<h2>Resultaten in het kort<\/h2>\n<ul>\n<li>\n<p><b>REDUCE-AMI<\/b>:<\/p>\n<ul>\n<li>\n<p>5 020&nbsp;pati&euml;nten: gemiddelde leeftijd 65&nbsp;jaar&#x002C; 77&#x002C;5%&nbsp;mannen&#x002C; 14%&nbsp;diabetici&#x002C; 20&#x002C;4%&nbsp;rokers&#x002C; 46&#x002C;2%&nbsp;personen met hypertensie&#x002C; infarct van het STEMI-type in 35&#x002C;2% van de gevallen.<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>Mediane duur van de follow-up: 3&#x002C;5&nbsp;jaar.<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p><b>Geen <\/b>statistisch significant<b> verschil<\/b> tussen de 2&nbsp;groepen wat betreft overlijden of recidief myocardinfarct (HR 0&#x002C;96; 95%-BI 0&#x002C;79 tot 1&#x002C;16; p=0&#x002C;64).<\/p>\n<\/li>\n<\/ul>\n<\/li>\n<li>\n<p><b>ABYSS:<\/b><\/p>\n<ul>\n<li>\n<p><b>\u200b<\/b>3 698 pati&euml;nten: gemiddelde leeftijd 63&#x002C;5&nbsp;jaar&#x002C; 82&#x002C;8%&nbsp;mannen&#x002C; 20&#x002C;2%&nbsp;diabetici&#x002C; 19&#x002C;7%&nbsp;rokers&#x002C; 43&#x002C;1%&nbsp;personen met hypertensie&#x002C; infarct van het STEMI-type in 63% van de gevallen.<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>Mediane duur van de follow-up: 3&nbsp;jaar.<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>In deze non-inferioriteitsstudie was het <b>stopzetten<\/b> van de b&egrave;tablokker <b><i>niet<\/i>&nbsp;non\u2011inferieur<\/b> aan het voortzetten van de b&egrave;tablokker voor het primaire eindpunt. Het stopzetten van de b&egrave;tablokker was namelijk geassocieerd met <b>meer events <\/b>van het samengestelde eindpunt (vooral ziekenhuisopnames om cardiovasculaire redenen).<\/p>\n<div class='detailed-content'>Het doel van een non-inferioriteitsstudie is aantonen dat de onderzochte behandeling geen inferieure resultaten geeft ten opzichte van de behandeling waarmee deze wordt vergeleken (de comparator). Door vooraf een non-inferioriteitsmarge vast te leggen&#x002C; bepaalt men het maximale aanvaardbare verschil om nog te kunnen concluderen dat de onderzochte behandeling niet inferieur is aan haar comparator.<br \/> Voor het primaire eindpunt van de ABYSS-studie werd de non-inferioriteit van het stopzetten van de b&egrave;tablokker gedefinieerd aan de hand van een bovengrens van 95%&nbsp;BI &lt;3% voor het absoluut risicoverschil tussen de 2 groepen. Dit betekent dat bij de onderzochte behandeling (stopzetting van de b&egrave;tablokkeer) tot 3% extra events van het primaire eindpunt wordt geaccepteerd ten opzichte van de comparator (voortzetting van de b&egrave;tablokker) om de behandeling als non-inferieur te kunnen beschouwen. Boven die grens wordt non-inferioriteit uitgesloten en wordt geconcludeerd dat de beoordeelde interventie niet &quot;non-inferieur&quot; is.<br \/> In de ABYSS-studie bedroeg het aantal pati&euml;nten met een event van het primair eindpunt 432 (23&#x002C;8%) voor de groep &quot;stopzetting&quot;&#x002C; tegenover 384 (21&#x002C;1%) voor de groep &quot;voortzetting&quot; van de b&egrave;tablokker; dat is een absoluut risicoverschil van 2&#x002C;8% met een 95%-BI &lt;0&#x002C;1 tot&nbsp;5&#x002C;5%. Omdat de bovengrens van het 95%-BI hoger was dan&nbsp;3% (namelijk 5&#x002C;5%)&#x002C; kon de non-inferioriteit van het stopzetten van de b&egrave;tablokker niet worden vastgesteld.<\/div>\n<\/li>\n<\/ul>\n<\/li>\n<\/ul>\n<h2>Beperkingen van de studies<\/h2>\n<ul>\n<li>\n<p>Beide studies waren <b>open-label<\/b>. Het ontbreken van blindering staat nochtans bekend als een bron van bias die de resultaten kan be&iuml;nvloeden&#x002C; zowel wat betreft de (lagere) betrouwbaarheid als de (overdreven) grootte. Toch is te hopen dat het gebruik van objectieve eindpunten en de multicentrische aard van de studies deze methodologische tekortkoming hebben kunnen compenseren.<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>In de REDUCE-AMI-studie bedroeg het <b>cross-over<\/b>-percentage 18&#x002C;1% in de &quot;b&egrave;tablokker&quot;-groep (18&#x002C;1% van de pati&euml;nten in deze groep stopten met hun b&egrave;tablokker) en 14&#x002C;3% in de &quot;geen b&egrave;tablokker&quot;-groep (14&#x002C;3% van de pati&euml;nten in deze groep startte een behandeling met een b&egrave;tablokker). In de ABYSS-studie was het cross-overpercentage 8&#x002C;6% in de groep &quot;stopzetting&quot; en 2&#x002C;8% in de groep &quot;voortzetting&quot;. Het is niet uitgesloten dat die cross-overs de resultaten op de een of andere manier hebben be&iuml;nvloed.<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>In de REDUCE\u2011AMI-studie was de jaarlijkse incidentie van het primaire eindpunt in de groep zonder b&egrave;tablokker (2&#x002C;5%) veel lager dan wat de onderzoekers hadden verwacht (7&#x002C;2%) bij het berekenen van de grootte van de steekproef voor de studie. Dit verschil kan de weerspiegeling zijn van een populatie met een bijzonder laag risico op ongewenste events. Het is helaas ook mogelijk dat de studie hierdoor onvoldoende in staat was om een superioriteit van de b&egrave;tablokkers te detecteren. Dit verlies aan <b>power van de studie<\/b> zou kunnen bijdragen aan de afwezigheid van een significant verschil tussen de twee groepen.<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>De pati&euml;nten in de ABYSS-studie waren <b>zwaarder getroffen<\/b> dan die in de REDUCE\u2011AMI-studie. Er waren meer diabetespati&euml;nten (20&#x002C;2% tegenover 14%)&#x002C; meer infarcten van het STEMI-type (63% tegenover 35&#x002C;2%)&#x002C; meer coronair meertakslijden (52&#x002C;3% tegenover 43&#x002C;6%) en 23&#x002C;4% van de pati&euml;nten had een EF tussen 40 en 50% (populatie uitgesloten van de REDUCE-AMI-studie).<br \/> Die verschillen in de onderzochte populaties zouden kunnen bijdragen tot het verschil in resultaten tussen de twee studies.<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>In tegenstelling tot de REDUCE-AMI-studie bevatte in de ABYSS-studie het samengesteld primair eindpunt ook ziekenhuisopnames om cardiovasculaire redenen&#x002C; <b>een eindpunt waarvan de klinische ernst duidelijk lager is <\/b>dan die van andere harde eindpunten zoals overlijden en recidief myocardinfarct.<\/p>\n<ul>\n<li>\n<p>De oververtegenwoordiging van dit eindpunt binnen het samengestelde eindpunt verklaart waarschijnlijk waarom er geen non-inferioriteit van het stopzetten van de b&egrave;tablokker werd vastgesteld.<\/p>\n<div class='detailed-content'>Absolute risicoverschillen (met 95%-BI) tussen de twee groepen: <\/p>\n<ul>\n<li>primair eindpunt: 2&#x002C;8% (&lt;0&#x002C;1 tot 5&#x002C;5%)<\/li>\n<li>overlijden: 0&#x002C;1% (-1&#x002C;2 tot 1&#x002C;4%)<\/li>\n<li>recidief myocardinfarct: 0&#x002C;1% (-0&#x002C;9 tot 1&#x002C;1%)<span class='folia-referentie-nummer'><\/span><\/li>\n<li>ziekenhuisopname om cardiovasculaire redenen: 2&#x002C;3% (-0&#x002C;1 tot 4&#x002C;8%)<\/li>\n<\/ul><\/div>\n<\/li>\n<li>\n<p>De meeste van die ziekenhuisopnames waren om coronaire redenen (zoals angiografie&#x002C; angioplastiek&#x002C; angor).<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>Bovendien vermeldt de studie niet wat het protocol was voor het stopzetten van de b&egrave;tablokkers in de &quot;stopzettingsgroep&quot;. Daarom kan niet worden uitgesloten dat bepaalde ziekenhuisopnames (bv. ziekenhuisopnames voor angor) te wijten waren aan een rebound-effect na een te abrupte stopzetting van de b&egrave;tablokker.<\/p>\n<\/li>\n<\/ul>\n<\/li>\n<\/ul>\n<h2>Commentaar van het BCFI<\/h2>\n<ul>\n<li>\n<p>Hoewel het voorschrijven van b&egrave;tablokkers voor pati&euml;nten met een myocardinfarct met <i>verminderde EF<\/i> niet ter discussie staat in de huidige NICE- en ESC\u2011aanbevelingen&#x002C; is het langdurig gebruik van b&egrave;tablokkers bij pati&euml;nten met een <i>bewaarde <\/i>of<i> matig gedaalde EF<\/i> minder goed onderbouwd.<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>Voor de uiteenlopende resultaten van de twee studies die in deze Folia worden besproken&#x002C; zijn methodologische verklaringen mogelijk (open-label&#x002C; cross-overs&#x002C; kenmerken van de ge&iuml;ncludeerde pati&euml;nten&#x002C; keuze van de eindpunten in het samengestelde primaire eindpunt). Er moet ook worden opgemerkt dat de gebruikte doseringen van de b&egrave;tablokkers in beide studies lager waren dan in oudere studies. De doseringen in de hier besproken studies stemmen echter overeen met de huidige praktijk.<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>Op dit moment is het nog te vroeg om conclusies te trekken&#x002C; maar toch is het relevant om de plaats van b&egrave;tablokkers na myocardinfarct in vraag te stellen. Aangenomen mag worden dat bepaalde zeer specifieke pati&euml;ntengroepen (bv. EF &ge; 50%&#x002C; mild coronair lijden&#x002C;&hellip;) een langdurige behandeling met b&egrave;tablokkers misschien niet nodig hebben. Het is dan ook denkbaar dat b&egrave;tablokkers in de toekomst niet langer systematisch tot de basisbehandeling zullen behoren van pati&euml;nten met een voorgeschiedenis van myocardinfarct. Zie voor verdere lectuur over dit onderwerp ook de editorialen en commentaren over beide studies (vermeld in de bronnen van deze Folia).<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>Bijkomende RCT&rsquo;s blijven nodig om deze hypothese te evalueren. Er zijn enkele studies lopende en de resultaten zouden binnenkort moeten verschijnen.<\/p>\n<\/li>\n<\/ul>\n<h2> Bronnen<\/h2>\n<ul>\n<li>\n<p>REDUCE-AMI-studie: Yndigegn T&#x002C; Lindahl B&#x002C; Mars K&#x002C; et al. Beta-Blockers after Myocardial Infarction and Preserved Ejection Fraction.&nbsp;<i>N Engl J Med<\/i>. 2024;390(15):1372-1381. doi:10.1056\/NEJMoa2401479<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>ABYSS-studie: Silvain J&#x002C; Cayla G&#x002C; Ferrari E&#x002C; et al. Beta-Blocker Interruption or Continuation after Myocardial Infarction.&nbsp;<i>N Engl J Med<\/i>. 2024;391(14):1277-1286. doi:10.1056\/NEJMoa2404204<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>NICE-aanbevelingen: Acute coronary syndromes. NICE Guideline (2020).<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>ESC-aanbevelingen: Byrne RA&#x002C; Rossello X&#x002C; Coughlan JJ&#x002C; et al. 2023 ESC Guidelines for the management of acute coronary syndromes [published correction appears in Eur Heart J. 2024 Apr 1;45(13):1145. doi: 10.1093\/eurheartj\/ehad870].&nbsp;<i>Eur Heart J<\/i>. 2023;44(38):3720-3826. doi:10.1093\/eurheartj\/ehad191<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>Editorialen en commentaren over de studies:<\/p>\n<ul>\n<li>\n<p>Steg PG. Routine Beta-Blockers in Secondary Prevention &#8211; On Injured Reserve. N Engl J Med. 2024;390(15):1434-1436. doi:10.1056\/NEJMe2402731<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>Jernberg T. Routine Beta-Blockers in Secondary Prevention &#8211; Approaching Retirement?. N Engl J Med. 2024;391(14):1356-1357. doi:10.1056\/NEJMe2409646<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>Fleischmann K. Beta-Blockers After Myocardial Infarction. NEJM Journal Watch<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>Brett A. Indefinite Beta-Blocker Therapy After Myocardial Infarction? NEJM Journal Watch<\/p>\n<\/li>\n<\/ul>\n<\/li>\n<\/ul>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Kernboodschap Bij pati&euml;nten met een myocardinfarct met gedaalde ejectiefractie (EF)  [&#8230;]<\/p>\n","protected":false},"author":9,"featured_media":0,"comment_status":"closed","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[43,20353],"tags":[20213,20224],"class_list":["post-175076","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-nieuw","category-2025-nl","tag-import_tags","tag-import_tags-nl"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/bcfi.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/175076","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/bcfi.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/bcfi.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/bcfi.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/users\/9"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/bcfi.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=175076"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/bcfi.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/175076\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":177658,"href":"https:\/\/bcfi.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/175076\/revisions\/177658"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/bcfi.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=175076"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/bcfi.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/categories?post=175076"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/bcfi.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/tags?post=175076"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}