{"id":175582,"date":"2019-07-04T00:00:00","date_gmt":"2019-07-03T22:00:00","guid":{"rendered":"https:\/\/www.bcfi.be\/immuuntherapie-bij-kanker-de-immuuncheckpoint-inhibitoren\/"},"modified":"2026-04-02T19:09:35","modified_gmt":"2026-04-02T17:09:35","slug":"immuuntherapie-bij-kanker-de-immuuncheckpoint-inhibitoren","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/bcfi.be\/nl\/immuuntherapie-bij-kanker-de-immuuncheckpoint-inhibitoren\/","title":{"rendered":"Immuuntherapie bij kanker: de immuuncheckpoint-inhibitoren"},"content":{"rendered":"<div class='summary'>Er bestaan verschillende vormen van immuuntherapie bij kanker. Bij meerdere tumortypes kan men <i>immuuncheckpoint<\/i>-inhibitoren toepassen. Deze monoklonale antilichamen inhiberen de natuurlijke &ldquo;remmen&rdquo; van de T-cellen&#x002C; de soldaten van het immuunsysteem&#x002C; zodat ze tumorcellen alsnog kunnen herkennen en elimineren. Dit werkingsmechanisme verschilt fundamenteel met dit van de andere antitumorale middelen. Ondanks indrukwekkende resultaten in studies bij een klein aantal pati&euml;nten&#x002C; slaan deze behandelingen bij slechts een minderheid van de pati&euml;nten met kanker aan. Ze hebben een specifiek bijwerkingsprofiel gelinkt aan hun werkingsmechanisme. Met name auto-immuunreacties in normale weefsels kunnen tijdens de behandeling maar ook meerdere maanden na stopzetten van de behandeling optreden. Herken deze immuungerelateerde ongewenste effecten&#x002C; die dikwijls vrij aspecifiek beginnen&#x002C; tijdig en verwijs snel door.<\/div>\n<p>In de immuno-oncologie onderzoekt men behandelingen die het immuunsysteem inzetten tegen kanker. Er bestaan verschillende vormen van immuuntherapie (bv. vaccinatietherapie&#x002C; celtherapie). Sommige van deze vormen worden in Belgi&euml; nog niet of momenteel enkel in studies toegepast<span class='folia-referentie-note'>1<\/span>. Wanneer oncologen vandaag over immuuntherapie spreken&#x002C; heeft men het vaak over de <i>immuuncheckpoint<\/i>-inhibitoren. In dit artikel komen de <i>immuuncheckpoint<\/i>-inhibitoren aan bod die op de Belgische markt beschikbaar zijn (situatie op 01 mei 2019) met aandacht voor hun specifiek bijwerkingsprofiel.<\/p>\n<h2>Werkingsmechanisme<\/h2>\n<p>De <i>immuuncheckpoint<\/i>-inhibitoren zijn monoklonale antilichamen die de T-celreceptoren<i> Cytotoxic T Lymphocyte associated Antigen 4<\/i> (CTLA-4) (ipilimumab) en <i>Programmed cell Death 1<\/i> (PD-1) (nivolumab en pembrolizumab) als aangrijpingspunt hebben. Daarnaast zijn er monoklonale antilichamen die binden met <i>Programmed cell Death 1-ligand<\/i> (PD-L1) (atezolizumab&#x002C; avelumab&#x002C; durvalumab)&#x002C; een ligand van PD-1&#x002C; op het celoppervlak van tumorcellen. In normale omstandigheden&#x002C; bv. na het opruimen van een pathogeen (bv. een bacterie of virus)&#x002C; speelt de activatie van de T-celreceptoren CTLA-4 en PD-1 een rol bij het voork&oacute;men van een overactiviteit van het immuunsysteem. Dat komt neer op een remmen van het immuunsysteem. De CTLA-4&ndash; en PD-1 receptoren op de T-cel zijn dus negatieve regulatoren of &ldquo;checkpoints&rdquo; van T-celactivatie en functie&#x002C; en dragen in normale omstandigheden bij tot een immunologische homeostase. Bepaalde tumorcellen zijn in staat om deze negatieve regulatoren te activeren waardoor ze kunnen ontsnappen aan het immuunsysteem.<\/p>\n<div class='detailed-content'>T-celactivatie vereist 2 signalen. Signaal 1 bestaat uit het herkennen van een antigen&#x002C; hier een tumor antigen&#x002C; door een T-cel receptor. Signaal 2 bestaat uit de daaropvolgende activatie van co-stimulatorische receptoren op het T-celoppervlak. De activatie van beide signalen is noodzakelijk voor de ontwikkeling van een antitumoraal immuunrespons en de uiteindelijke vernietiging van tumorcellen. Op de geactiveerde T-cel bevinden zich ook co-inhibitorische receptoren (bv. CTLA-4 en PD-1). Een op elkaar afgestemde activatie van co-stimulatorische en co-inhibitorische receptoren zorgt voor een gebalanceerde immuunrespons en vermijdt auto-immuniteit.<\/p>\n<p> Een van de mechanismen waardoor bepaalde tumorcellen kunnen ontsnappen aan een antitumoraal immuunrespons bestaat uit het verstoren van deze regulatie van T-celactivatie. Deze tumorcellen kunnen bij contact de co-inhibitorische receptoren activeren en zo T-celactivatie inhiberen. Dit kan bijvoorbeeld door de interactie van PD-L1 op het celoppervlak van een tumorcel met de PD-1 receptor op de T-cel.<\/p><\/div>\n<p>De <i>immuuncheckpoint<\/i>-inhibitoren verhinderen de werking van de natuurlijke remmen (CTLA-4 en PD-1) van het immuunsysteem en herstellen op deze manier antitumorale T-celactiviteit. Dit laat het immuunsysteem toe tumorcellen alsnog te herkennen en te elimineren. Als gevolg van hun werkingsmechanisme verhogen de <i>immuuncheckpoint<\/i>-inhibitoren echter de kans op auto-immuunreacties in normale weefsels (zie verder). Deze ontdekkingen worden beschouwd als een doorbraak<i> <\/i>in de strijd tegen kanker waarvoor in 2018 de Nobelprijs voor Geneeskunde werd uitgereikt.<span class='folia-referentie-note'>2<\/span><\/p>\n<h2>Indicaties<\/h2>\n<p>De <i>immuuncheckpoint<\/i>-inhibitoren kunnen werkzaam zijn bij verschillende tumortypes&#x002C; ook in een ver gevorderd stadium. Het aantal lopende en geplande studies met deze geneesmiddelen bij diverse tumortypes is dan ook nog moeilijk bij te houden<span class='folia-referentie-note'>3<\/span>. De PD-1\/PD-L1 inhibitoren zijn in Belgi&euml; vergund en terugbetaald door het RIZIV onder bepaalde voorwaarden voor o.a. melanoom&#x002C; longkanker&#x002C; Hodgkinlymfoom&#x002C; blaaskanker&#x002C; nierkanker en hoofd- en halskanker; en de CTLA-4 inhibitor ipilimumab bij melanoom en nierkanker. Deze <i>immuuncheckpoint-<\/i>inhibitoren hebben een plaats gekregen in de standaardbehandeling van een aantal kankers. Een gedetailleerde bespreking van de werkzaamheid van deze producten valt buiten het bestek van dit artikel.<span class='folia-referentie-note'>4<\/span><\/p>\n<div class='detailed-content'>De PD-1 inhibitoren zijn in een aantal studies effectiever dan chemotherapie terwijl ze in het algemeen minder toxisch zijn. Studies tonen ook aan dat de PD-1 inhibitoren effectiever zijn dan CTLA-4 inhibitoren. Verder werd er aangetoond dat de combinatie ipilimumab (anti-CTLA-4) en nivolumab (anti-PD-1) effectiever is dan monotherapie. Deze combinatie werd onder bepaalde voorwaarden goedgekeurd bij melanoom en nierkanker.<\/div>\n<p>Bij een klein aantal pati&euml;nten worden indrukwekkende resultaten gezien&#x002C; succesverhalen die in de beginfase van deze behandelingen de algemene pers haalden. Om onrealistische verwachtingen te voork&oacute;men moet men zich er bewust van zijn dat deze behandelingen slechts in een minderheid van de pati&euml;nten met kanker aanslaan. De wisselwerking tussen het immuunsysteem en kanker is complex. Zo is niet elke tumor even immunogeen en heeft de tumor micro-omgeving (die lokaal een immunosuppressief milieu cre&euml;ert) bij deze wisselwerking ook een belangrijke rol. Huidig onderzoek richt zich bijgevolg o.a. op biomerkers om te voorspellen bij welke pati&euml;nten deze dure behandelingen effectief zullen zijn&#x002C; op de combinatie met andere behandelingen (bv. chemotherapie&#x002C; radiotherapie&#x002C; <i>targeted<\/i> therapie)&#x002C; en op alternatieve aangrijpingspunten van het immuunsysteem naast CTLA-4 en PD-1\/PD-L1.<\/p>\n<h2>Veiligheidsaspecten<\/h2>\n<p>De <i>immuuncheckpoint<\/i>-inhibitoren hebben ten opzichte van andere anti-kankerbehandelingen een uniek veiligheidsprofiel. Gezien het hoger besproken werkingsmechanisme&#x002C; moet men vooral denken aan mogelijke auto-immuunreacties in normale weefsels. Immuungerelateerde ongewenste effecten zijn vaak mild tot matig van aard (sterk vari&euml;rende frequenties worden gerapporteerd) maar kunnen ook ernstig en levensgevaarlijk zijn. Pati&euml;nten onder behandeling met immuuntherapie worden in de praktijk dan ook intensief opgevolgd. In het algemeen is ipilimumab (anti-CTLA-4) meer toxisch dan de PD-1\/PD-L1 inhibitoren en treden immuungerelateerde ongewenste effecten meer frequent op wanneer men CTLA-4 inhibitoren en PD-1\/PD-L1 inhibitoren combineert. De immuungerelateerde ongewenste effecten kunnen zich manifesteren ter hoogte van elk orgaan.&nbsp;In het algemeen komen symptomen ter hoogte van de huid (huiduitslag&#x002C; jeuk) het vaakst voor.<font color='#3366bb'>&nbsp;<\/font>Andere mogelijke immuungerelateerde ongewenste effecten zijn o.a. vermoeidheid&#x002C; artritis&#x002C; colitis&#x002C; schildklierdisfunctie (hypothyreo&iuml;die of hyperthyreo&iuml;die)&#x002C; hypofysitis&#x002C; adrenalitis&#x002C; pneumonitis en hepatitis<span class='folia-referentie-note'>5&#x002C;6<\/span>. De klachten zijn in het begin dikwijls <b>aspecifiek<\/b>:<\/p>\n<ul>\n<li>\n<p>Diarree en\/of buikpijn kunnen symptomen zijn van een beginnende colitis.<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>Ernstige hypofysitis kan zich initieel manifesteren als aspecifieke hoofdpijnklachten; een plotse verslechtering van de algemene toestand kan optreden.<\/p>\n<\/li>\n<li>\n<p>Respiratoire klachten&#x002C; zoals hoesten en dyspnoe&#x002C; kunnen tekenen zijn van een beginnende pneumonitis.<\/p>\n<\/li>\n<\/ul>\n<p>De meeste ongewenste effecten zijn omkeerbaar als ze vroeg worden opgemerkt en juist worden behandeld. Ook voor de huisarts en andere niet-kankerspecialisten is het belangrijk om er rekening mee te houden dat deze ongewenste effecten <b>maanden na stopzetten van de behandeling<\/b> kunnen optreden. De aanpak van immuungerelateerde ongewenste effecten hangt af van het getroffen orgaan en de graad van toxiciteit&#x002C; en vereist specifieke ervaring en expertise<span class='folia-referentie-note'>6&#x002C;7<\/span>. Zo kan het bijvoorbeeld nodig zijn om de immuuntherapie tijdelijk te onderbreken en corticostero&iuml;den op te starten. Het <b>vroegtijdig herkennen<\/b> van immuungerelateerde ongewenste effecten is essentieel om een fatale afloop of blijvende morbiditeit te voork&oacute;men. Alertheid en een snelle doorverwijzing zijn van groot belang.<\/p>\n<h2>Specifieke bronnen<\/h2>\n<p class='reference'><span class='folia-referentie-tekst'><span class='folia-referentie-nummer'>1&nbsp;<\/span><a href='https:\/\/www.allesoverkanker.be\/immunotherapie'>https:\/\/www.allesoverkanker.be\/immunotherapie<\/a><\/span><br \/> <span class='folia-referentie-tekst'><span class='folia-referentie-nummer'>2<\/span> De Nobelprijs voor Geneeskunde 2018 <a href='https:\/\/www.nobelprize.org\/prizes\/medicine\/2018\/summary\/'>https:\/\/www.nobelprize.org\/prizes\/medicine\/2018\/summary\/<\/a><\/span><br \/> <span class='folia-referentie-tekst'><span class='folia-referentie-nummer'>3<\/span> Tang J&#x002C; Yu JX&#x002C; Hubbard-Lucey VM&#x002C; et al. Trial watch: the clinical trial landscape for PD1\/PDL1 immune checkpoint inhibitors. Nat Rev Drug Discov 2018;17(12):854-855. doi: 10.1038\/nrd.2018.210.<\/span><br \/> <span class='folia-referentie-tekst'><span class='folia-referentie-nummer'>4<\/span> Gong J&#x002C; Chehrazi-Raffle A&#x002C; Reddi S&#x002C; et al. Development of PD-1 and PD-L1 inhibitors as a form of cancer immunotherapy: a comprehensive review of registration trials and future considerations. J Immunother Cancer 2018;6(1):8. doi: 10.1186\/s40425-018-0316-z.<\/span><br \/> <span class='folia-referentie-tekst'><span class='folia-referentie-nummer'>5<\/span>&nbsp;Johnson DB&#x002C; Chandra S&#x002C; Sosman JA. Immune checkpoint inhibitor toxicity in 2018. JAMA 2018;320(16):1702-1703. doi: 10.1001\/jama.2018.13995.<\/span><br \/> <span class='folia-referentie-tekst'><span class='folia-referentie-nummer'>6<\/span> ESMO pati&euml;nten gids voor bijwerkingen van immuuntherapie<br \/> <a href='https:\/\/www.esmo.org\/content\/download\/133757\/2490215\/file\/NL-ESMO-Gids-voor-Patienten-Bijwerkingen-van-Immuuntherapie-en-de-Aanpak-Ervan.pdf'>https:\/\/www.esmo.org\/content\/download\/133757\/2490215\/file\/NL-ESMO-Gids-voor-Patienten-Bijwerkingen-van-Immuuntherapie-en-de-Aanpak-Ervan.pdf<\/a> <\/span><br \/> <span class='folia-referentie-tekst'><span class='folia-referentie-nummer'>7<\/span> Haanen JBAG&#x002C; Carbonnel F&#x002C; Robert C&#x002C; et al. Management of toxicities from immunotherapy: ESMO clinical practice guidelines for diagnosis&#x002C; treatment and follow-up. Ann Oncol. 2017;28(suppl_4):iv119-iv142. doi: 10.1093\/annonc\/mdx225<\/span><\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Er bestaan verschillende vormen van immuuntherapie bij kanker. Bij meerdere  [&#8230;]<\/p>\n","protected":false},"author":9,"featured_media":0,"comment_status":"closed","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[43,66],"tags":[20213,20224],"class_list":["post-175582","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-nieuw","category-2019-nl","tag-import_tags","tag-import_tags-nl"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/bcfi.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/175582","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/bcfi.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/bcfi.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/bcfi.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/users\/9"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/bcfi.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=175582"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/bcfi.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/175582\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":178166,"href":"https:\/\/bcfi.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/175582\/revisions\/178166"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/bcfi.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=175582"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/bcfi.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/categories?post=175582"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/bcfi.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/tags?post=175582"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}