{"id":175614,"date":"2019-05-28T00:00:00","date_gmt":"2019-05-27T22:00:00","guid":{"rendered":"https:\/\/www.bcfi.be\/opioiden-bij-chronische-artrosepijn-en-rugpijn\/"},"modified":"2026-04-02T19:09:37","modified_gmt":"2026-04-02T17:09:37","slug":"opioiden-bij-chronische-artrosepijn-en-rugpijn","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/bcfi.be\/nl\/opioiden-bij-chronische-artrosepijn-en-rugpijn\/","title":{"rendered":"Opio\u00efden bij chronische artrosepijn en rugpijn"},"content":{"rendered":"<div class='summary'>We schreven reeds dat er geen hard bewijs is voor het gebruik van opio&iuml;den bij chronische niet-kankerpijn [zie <a href='https:\/\/www.bcfi.be\/nl\/articles\/2628?folia=2626'>Folia van september 2016<\/a>]. Daarenboven kunnen opio&iuml;den ook aanleiding geven tot ernstige ongewenste effecten&#x002C; afhankelijkheid en misbruik. In een Amerikaanse studie gedurende 12 maanden bij 240 chronische artrose- en rugpijnpati&euml;nten die pragmatisch behandeld werden (individuele doelen&#x002C; <em>treat-to-target<\/em> stappenplan) werden de effecten op functie en pijn vergeleken voor een opio&iuml;d- ten opzichte van een niet-opio&iuml;dstrategie. Uit de studie bleek dat een opio&iuml;dstrategie bij chronische pijnpati&euml;nten op langere termijn niet zinvol is: over een periode van 3 tot 12 maanden zijn opio&iuml;den niet doeltreffender dan niet-opio&iuml;den in het verbeteren van de functie of pijn&#x002C; en geven ze aanleiding tot aanzienlijk meer ongewenste effecten.<br \/> Het wordt duidelijk dat andere mechanismen (recent ge&iuml;ntroduceerd als nociplastische pijn)&#x002C; zonder activatie van nociceptoren door schadelijke stimuli&#x002C; ziekte of beschadiging van het somatosensorische systeem&#x002C; aan de grondslag liggen van chronische pijn en dat de plaats van opio&iuml;den hierin zeer beperkt is. De behandeling van chronische pijn vereist een globale aanpak volgens een bio-psychosociaal model&#x002C; met onder andere ook aandacht voor een actieve levensstijl en de geestelijke gezondheid van de pati&euml;nt.&nbsp;<\/div>\n<h2>Medicamenteuze behandeling<\/h2>\n<div>We schreven in de <a href='https:\/\/www.bcfi.be\/nl\/articles\/2628?folia=2626'>Folia van september 2016<\/a> dat er geen hard bewijs is voor het gebruik van opio&iuml;den bij chronische niet-kanker pijn. Daarenboven kunnen opio&iuml;den ook aanleiding geven tot ernstige ongewenste effecten&#x002C; afhankelijkheid en misbruik. In dit kader verwijzen we de ge&iuml;nteresseerde lezer ook graag naar het <a href='https:\/\/www.vad.be\/assets\/dossier_opioide_pijnstillers_web'>VAD-dossier &lsquo;opio&iuml;de pijnstillers&rsquo;<\/a>.<span class='folia-referentie-note'>1<\/span><br \/> Een studie&#x002C; de SPACE-trial&#x002C; gepubliceerd in het tijdschrift <em>JAMA<\/em><span class='folia-referentie-note'>2<\/span>&#x002C; bij 240 chronische pijnpati&euml;nten (incl. pati&euml;nten met depressie of posttraumatische stress) in de eerste lijn wijst in dezelfde richting. Deze lang lopende studie heeft een stapsgewijze aanpak die aanleunt bij de klinische praktijk.<br \/> In deze studie werd bij Amerikaanse veteranen* het effect van een chronische (12 maanden) behandeling met opio&iuml;den ten opzichte van niet-opio&iuml;de geneesmiddelen vergeleken. Er werd uitgegaan van een <em>treat-to-target<\/em> strategie met veel inspraak van de pati&euml;nt. Voor elke pati&euml;nt werden individuele behandeldoelen (functioneren&#x002C; pijn&#x002C;&#8230;) vastgelegd en de behandeling kon maandelijks worden bijgestuurd. Om deze studie nauw te laten aansluiten bij de klinische praktijk en over lange termijn te kunnen uitvoeren werd zowel in de opio&iuml;dgroep als in de niet-opio&iuml;dgroep gekozen voor een stapsgewijze aanpak met meerdere medicamenteuze opties. In de niet-opio&iuml;dgroep was in stap 3 echter ook het opio&iuml;d tramadol een behandeloptie.<br \/> &nbsp; <\/p>\n<table border='1' cellpadding='1' cellspacing='1'>\n<tbody>\n<tr>\n<td>&nbsp;<\/td>\n<td><b>Opio&iuml;dgroep<\/b><\/td>\n<td><b>Niet-opio&iuml;dgroep<\/b><\/td>\n<\/tr>\n<tr>\n<td>\n<p><strong>Stap<\/strong>&nbsp;<strong>1<\/strong><\/p>\n<\/td>\n<td>\n<p>-morfine oraal met normale afgifte<br \/> -oxycodon oraal met normale afgifte<br \/> -hydrocodon + paracetamol oraal met normale afgifte (niet beschikbaar in Belgi&euml;)<\/p>\n<\/td>\n<td>\n<p>-NSAIDs oraal en diclofenac lokaal<br \/> -paracetamol oraal<\/p>\n<\/td>\n<\/tr>\n<tr>\n<td>\n<p><b>Stap<\/b>&nbsp;<b>2<\/b><\/p>\n<\/td>\n<td>\n<p>morfine oraal met verlengde afgifte<\/p>\n<\/td>\n<td>\n<p>-tricyclische antidepressiva oraal (nortriptyline&#x002C; amitriptyline)<br \/> -gabapentine oraal<br \/> -lokale anaesthetica (capsa&iuml;cine&#x002C; lidoca&iuml;ne)<\/p>\n<\/td>\n<\/tr>\n<tr>\n<td><strong>Stap 3<\/strong><\/td>\n<td>fentanyl transdermaal<\/td>\n<td>\n<p>-pregabaline oraal<\/p>\n<p>-duloxetine oraal<br \/> -tramadol oraal<\/p>\n<\/td>\n<\/tr>\n<\/tbody>\n<\/table><\/div>\n<div>&nbsp;<\/div>\n<hr style='width:40%;text-align:left;margin-left:0' \/>\n<p>*militairen die vrijgesteld of ontslagen werden van hun dienst om andere redenen dan oneervol ontslag<\/p>\n<p> Na 12 maanden gaf een opio&iuml;dstrategie geen grotere functieverbetering dan de niet-opio&iuml;dstrategie&#x002C; terwijl er wel dubbel zoveel ongewenste effecten gerapporteerd werden in de opio&iuml;dgroep. De pijn verminderde zelfs statistisch significant beter in de niet-opio&iuml;dgroep ten opzichte van de opio&iuml;dgroep&#x002C; maar dit verschil was niet klinisch significant.<\/p>\n<div class='detailed-content'>Pati&euml;ntengroep: De pati&euml;nten vertoonden&#x002C; chronische (&gt; 6 maanden) rugpijn of artrosepijn ten gevolge van knie- of heupartrose met een score van meer dan 5 punten op een <em>Pain intensity&#x002C; interference with Enjoyment of life and interference with General activity<\/em> (<em>PEG<\/em>)-schaal gaande van 0 tot 10. Ook pati&euml;nten met depressie of posttraumatische stress werden ge&iuml;ncludeerd. In de pati&euml;ntengroep was de gemiddelde leeftijd 58.3 jaar&#x002C; en waren er slechts 32\/240 vrouwen (13%).<br \/> Exclusiecriteria: pati&euml;nten met contra-indicaties voor gelijk welk geneesmiddel in een van beide geneesmiddelengroepen&#x002C; pati&euml;nten met bestaande middelengebruiksstoornis (<em>substance use disorder<\/em>) of wiens toestand niet toeliet om een evaluatie over 12 maanden te doen (bv. door naderend levenseinde).<br \/> Behandeling: pati&euml;nten werden behandeld volgens een <em>collaborative pain care<\/em> model met veel inspraak van de pati&euml;nt. In een <em>treat-to-target<\/em> behandelstrategie werden individuele functionele en pijndoelstellingen vastgelegd. Er was een maandelijkse opvolging tot het bereiken van een stabiel medicatieschema; de opvolgingsfrequentie werd nadien afgebouwd naar elke maand tot 3 maanden. In de opio&iuml;dgroep werd voorkeur gegeven aan monotherapie&#x002C; maar indien nodig kon een combinatie van een preparaat met verlengde afgifte gecombineerd worden met een preparaat met normale afgifte<em> as needed<\/em>. Er werd opgetitreerd tot maximaal 100 mg morfine-equivalent per dag. Wanneer bij optitreren tot 60 mg morfine-equivalent geen klinisch effect bekomen werd&#x002C; werd de voorkeur gegeven aan opio&iuml;drotatie.<br \/> Primaire uitkomst: de pijngerelateerde functionele verbetering werd gemeten aan de hand van de <em>Brief Pain Inventory interference (BPI)-schaal<\/em><br \/> Secundaire uitkomst: pijnintensiteit werd gemeten met een<em> BPI severity scale<\/em>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;<br \/> Resultaten: Na 12 maanden was er geen significant verschil in de gemiddelde BPI interferentie in de opio&iuml;dgroep (3&#x002C;4) ten opzichte van de niet-opio&iuml;dgroep (3&#x002C;3). De pijnintensiteit was statistisch significant lager in de niet-opio&iuml;dgroep (gemiddelde BPI van 3&#x002C;5) dan in de opio&iuml;dgroep (gemiddelde BPI score van 4&#x002C;0); verschil van 0&#x002C;5 (95%-BI 0&#x002C;0 tot 1&#x002C;0). Er was na 12 maanden minstens 30% functionele verbetering bij 59% van de pati&euml;nten in de opio&iuml;dgroep ten opzichte van 60&#x002C;7% van de niet-opio&iuml;dgroep; verschil van 1&#x002C;7 (95%-BI -14&#x002C;4 tot 11&#x002C;0). Er was na 12 maanden een daling van 30% of meer op de <em>BPI<\/em> pijnschaal bij 41% van de pati&euml;nten in de opio&iuml;dgroep ten opzichte van 53&#x002C;9% in de niet-opio&iuml;dgroep; verschil van 12;8 (95%-BI -25&#x002C;6 tot 0&#x002C;0)<\/div>\n<p>De resultaten van deze studie suggereren dat een opio&iuml;dstrategie bij chronische artrose- en rugpijnpati&euml;nten op langere termijn niet zinvol is&#x002C; maar de studie heeft enkele beperkingen.<br \/> Een beperking van deze studie is de geselecteerde (87% mannelijke) militaire pati&euml;ntengroep&#x002C; waardoor de resultaten misschien niet volledig extrapoleerbaar zijn op de algemene bevolking. Ook waren de pati&euml;nten zich bewust van het type geneesmiddel waarmee behandeld werd (<em>open label<\/em> studie); vermoedelijk zal dit eerder geleid hebben tot een overschatting van het effect in het voordeel van opio&iuml;den.<br \/> De grootste beperking van de studie is echter dat in de niet-opio&iuml;dgroep gebruik gemaakt werd van het opio&iuml;d tramadol in stap 3. In de oorspronkelijke studie was de niet-opio&iuml;dgroep in het behandelschema een opio&iuml;d-vermijdende groep. De auteurs bevestigden<span class='folia-referentie-note'>3<\/span>&nbsp;dat het aanbieden van tramadol in de tijdsgeest van de huidige Amerikaanse opio&iuml;dcrisis niet meer te verantwoorden is&#x002C; maar dat bij de opstart van de studie de toegang tot opio&iuml;den ethisch gezien niet kon geweigerd worden aan pati&euml;nten bij wie alle niet-opio&iuml;den gefaald hadden. Slechts 13 (~10%) van de pati&euml;nten in deze groep maakte hier effectief gebruik van. In een commentaar op het artikel&nbsp;<span class='folia-referentie-note'>4<\/span>&nbsp;bevestigde de auteur dat de resultaten ook na uitsluiting van de tramadolgebruikers in de niet-opio&iuml;dgroep onveranderd blijven&#x002C; waardoor de boodschap wel versterkt wordt. Ook over lokale NSAIDs doet de studie geen uitspraak: lokaal diclofenac werd pas in de laatste maanden van de studie toegevoegd als behandelingsoptie en werd daarom maar door een klein aantal pati&euml;nten gebruikt.<\/p>\n<h2>De plaats van farmacotherapie bij chronische pijn<\/h2>\n<p>Chronische pijn is een complex fenomeen met dynamische interacties tussen biomedische&#x002C; psychologische en sociale factoren. De huidige medicamenteuze aanpak van chronische pijn is vaak gebaseerd op principes uit de acute pijnbestrijding volgens nociceptieve en neuropathische pijnmodellen&#x002C; of is soms ook een extrapolatie van het gebruik van de analgetische trapladder uit de context van de behandeling van kankerpijn.<br \/> Meer en meer wordt duidelijk dat bij chronische pijnpati&euml;nten echter andere pijnmechanismen spelen. Interessant in dit verband is de recente introductie door de <em>International Association for the Study of Pain<\/em> (IASP)<span class='folia-referentie-note'>5<\/span>&nbsp;van het nieuwe concept nociplastische pijn: dit is pijn die ontstaat door veranderingen in nociceptieve processen zonder activatie van nociceptoren door schadelijke stimuli&#x002C; ziekte of beschadiging van het somatosensorische systeem. De pijn uit zich vaak over het ganse lichaam en is vanuit psychologisch perspectief eerder een vorm van onbewust aangeleerd gedrag en een neuropathologische aandoening niet geactiveerd door nociceptieve prikkels.<span class='folia-referentie-note'>6<\/span><br \/> Het is duidelijk dat medicamenteuze pijnbestrijding die zich richt op het volledig wegkrijgen van de pijnprikkel tekortschiet bij de meeste chronische pijnpati&euml;nten. De behandeling van chronische pijn vereist daarom een andere aanpak met een globale biopsychosociale benadering die verder gaat dan enkel de medicamenteuze maatregelen [zie ook <a>Folia februari 2018<\/a>]&#x002C; en die onder andere ook een actieve levensstijl en de geestelijke gezondheid van de pati&euml;nt bevordert. De plaats van opio&iuml;den is hierin zeer beperkt en heeft geen zin op langere termijn.<\/p>\n<h2>Specifieke bronnen<\/h2>\n<p> <span class='folia-referentie-tekst'><span class='folia-referentie-nummer'>1<\/span> VAD dossier opio&iuml;de pijnstillers. Januari 2019. https:\/\/www.vad.be\/assets\/dossier_opioide_pijnstillers_web<br \/> <span class='folia-referentie-nummer'>2&nbsp;<\/span>Krebs EE&#x002C; Gravely A&#x002C; Nugent S&#x002C; Jensen AC&#x002C; DeRonne B&#x002C; Goldsmith ES&#x002C; Kroenke K&#x002C; Bair MJ&#x002C; Noorbaloochi S. Effect of Opioid vs Nonopioid Medications on Pain-Related Function in Patients With Chronic Back Pain or Hip or Knee Osteoarthritis PainThe SPACE Randomized Clinical Trial. JAMA. 2018;319(9):872-882. doi:<a href='https:\/\/jamanetwork.com\/journals\/jama\/fullarticle\/2673971'>10.1001\/jama.2018.0899<\/a><br \/> <span class='folia-referentie-nummer'>3&nbsp;<\/span>Opioids Tie Non-opioid Painkillers in Randomized Trial&#x002C; Which Means Opioids Lose. F. P. Wilson. <a href='https:\/\/www.youtube.com\/watch?v=iV5-W7vtpso'>https:\/\/www.youtube.com\/watch?v=iV5-W7vtpso<\/a><br \/> <span class='folia-referentie-nummer'>4&nbsp;<\/span>Krebs EE&#x002C; Gravely A&#x002C; Noorbaloochi S. Opioids vs Nonopioids for Chronic Back&#x002C; Hip&#x002C; or Knee Pain-Reply. JAMA. 2018;320(5):508&ndash;509. <a href='https:\/\/jamanetwork.com\/journals\/jama\/article-abstract\/2695667'>doi:10.1001\/jama.2018.6953<\/a><\/span><br \/> <span class='folia-referentie-nummer'>5<\/span> <span class='folia-referentie-tekst'>Kosek E&#x002C; Cohen M&#x002C; Baron R&#x002C; Gebhart GF&#x002C; Mico JA&#x002C; Rice AS&#x002C; et al. Do we need a third mechanistic descriptor for chronic pain states&nbsp;? Pain. 2016;157(7):1382-6<br \/> <span class='folia-referentie-nummer'>6&nbsp;<\/span>Morlion&#x002C; B. RIZIV consensusvergadering &lsquo;Het rationeel gebruik van de opio&iuml;den bij chronische pijn&rsquo; 6 december 2018 (online publicatie nog niet beschikbaar) (FR: Morlion&#x002C; B. R&eacute;union de consensus &#8211; 6 d&eacute;cembre 2018 L&rsquo;usage rationnel des opio&iuml;des en case de douleur chronique)<\/span><\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>We schreven reeds dat er geen hard bewijs is voor  [&#8230;]<\/p>\n","protected":false},"author":9,"featured_media":0,"comment_status":"closed","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[43,66],"tags":[20213,20224],"class_list":["post-175614","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-nieuw","category-2019-nl","tag-import_tags","tag-import_tags-nl"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/bcfi.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/175614","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/bcfi.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/bcfi.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/bcfi.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/users\/9"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/bcfi.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=175614"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/bcfi.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/175614\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":178198,"href":"https:\/\/bcfi.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/175614\/revisions\/178198"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/bcfi.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=175614"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/bcfi.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/categories?post=175614"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/bcfi.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/tags?post=175614"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}