{"id":175782,"date":"2019-06-08T00:00:00","date_gmt":"2019-06-07T22:00:00","guid":{"rendered":"https:\/\/www.bcfi.be\/profylaxe-en-behandeling-van-postoperatieve-nausea-en-braken\/"},"modified":"2026-04-02T19:09:50","modified_gmt":"2026-04-02T17:09:50","slug":"profylaxe-en-behandeling-van-postoperatieve-nausea-en-braken","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/bcfi.be\/nl\/profylaxe-en-behandeling-van-postoperatieve-nausea-en-braken\/","title":{"rendered":"Profylaxe en behandeling van postoperatieve nausea en braken"},"content":{"rendered":"<table align='Center' cellpadding='9' cellspacing='0' style='width:90%'>\n<tbody>\n<tr>\n<td><strong>Samenvatting<\/strong><\/td>\n<\/tr>\n<tr>\n<td>Postoperatief treden nausea en braken frequent op. Preventief worden vaak 5HT<sub>3<\/sub>-antagonisten&#x002C; corticostero&iuml;den&#x002C; metoclopramide of lage doses droperidol toegediend&#x002C; al dan niet in associatie. De behandeling van postoperatieve nausea en braken is slechts beperkt onderzocht.<\/td>\n<\/tr>\n<\/tbody>\n<\/table>\n<p>&#8211; Dit artikel is een update van het <a href='https:\/\/www.bcfi.be\/nl\/articles\/query?number=F30N03F'>Folia-artikel van maart 2003<\/a>. Sindsdien zijn nieuwe geneesmiddelen gecommercialiseerd (aprepitant) en zijn andere middelen veel breder beschikbaar geworden (generieken van de 5HT<sub>3<\/sub>-antagonisten).<br \/> &#8211; Nausea en braken in de postoperatieve periode (<i>postoperative nausea and vomiting<\/i> of PONV) komen frequent voor: zonder profylaxe treedt PONV op bij ongeveer 30% van de operaties onder algemene anesthesie. Niet alleen worden misselijkheid en braken als belastend ervaren door de pati&euml;nt&#x002C; maar ze kunnen ook leiden tot complicaties zoals wondloslating&#x002C; bloeding en aspiratie.<br \/> &#8211; De oorzaak van PONV is niet goed bekend en zowel pati&euml;ntgerelateerde (o.a. vrouwelijk geslacht&#x002C; niet-rokers) als anesthesiegerelateerde factoren (o.a. gasvormige anesthetica&#x002C; postoperatieve opiaten) kunnen het risico van PONV verhogen.<\/p>\n<h2>1. Profylaxe van postoperatieve nausea en braken<\/h2>\n<p>&#8211; Het is niet duidelijk welke aanpak de voorkeur verdient: gerichte profylaxe bij pati&euml;nten met hoog risico van PONV (berekend op basis van scoremodellen) of routinematige profylaxe bij alle pati&euml;nten.<br \/> &#8211; In de preventie van PONV worden diverse geneesmiddelenklassen gebruikt&#x002C; die aangrijpen op verschillende receptoren. Verschillende anti-emetica zijn werkzamer gebleken dan placebo in de preventie van PONV: anti-emetica in monotherapie doen het relatieve risico van PONV met ongeveer 25% dalen. De werkzaamheid van de profylaxe neemt toe bij het gebruik van meerdere anti-emetica met verschillend aangrijpingspunt.<br \/> &#8211; Tijdstip van toediening en posologie (zie SKP&rsquo;s van de verschillende producten) behoren tot de expertise van de anesthesist en vallen buiten het bestek van dit artikel.<\/p>\n<p><b>5HT<sub>3<\/sub>-antagonisten<\/b><\/p>\n<p>De intraveneuze vorm van granisetron&#x002C; ondansetron en tropisetron&#x002C; evenals de orale vorm van ondansetron&#x002C; zijn vergund voor de preventie van PONV. Ondansetron is het best onderzocht; er is weinig vergelijkend onderzoek tussen de verschillende 5HT<sub>3<\/sub>-antagonisten. Hoofdpijn en obstipatie kunnen als ongewenste effecten optreden; vooral met ondansetron is er goede evidentie van een risico van QT-verlenging en <i>torsades de pointes<\/i>&#x002C; vooral bij intraveneuze toediening van hoge doses.<\/p>\n<p><b>Corticostero&iuml;den<\/b><\/p>\n<p>Dexamethason intraveneus in monotherapie is werkzaam in de preventie van PONV&#x002C; maar wordt meestal gegeven in associatie met andere anti-emetica. Ongewenste effecten treden bij dergelijke kortdurende behandeling zelden op (meest frequent hyperglykemie).<\/p>\n<p><b>Dopamine-antagonisten<\/b><\/p>\n<p>In deze klasse zijn droperidol (een antipsychoticum) en metoclopramide (een gastroprokineticum verwant aan de antipsychotica) het best bestudeerd.<\/p>\n<p style='margin-left: 40px;'>&#8211; Droperidol intraveneus blijkt even werkzaam als ondansetron en dexamethason. Sedatie is het belangrijkste ongewenst effect. Er zijn meldingen van verlenging van het QT-interval en <i>torsades de pointes<\/i> bij hoge doses; daarom wordt aangeraden enkel lage doses te gebruiken (maximum 1&#x002C;25 mg).<br \/> &#8211; Metoclopramide intraveneus in monotherapie blijkt niet werkzaam in de preventie van PONV; de associatie van metoclopramide i.v. en dexamethason i.v. bleek werkzamer dan dexamethason i.v. alleen. Ernstige bradycardie kan optreden met metoclopramide intraveneus.<\/p>\n<p><b>Anticholinergica<\/b><\/p>\n<p>Scopolamine onder vorm van een transdermaal systeem is werkzaam&#x002C; maar deze vorm is in Belgi&euml; niet beschikbaar; andere toedieningswegen zijn slechts zeer beperkt onderzocht. Andere anticholinergica worden niet gebruikt in de preventie van PONV.<\/p>\n<p><b>H<sub>1<\/sub>-antihistaminica<\/b><\/p>\n<p>Sommige antihistaminica voor intraveneuze toediening zoals promethazine of dimenhydrinaat zijn werkzaam gebleken&#x002C; maar deze intraveneuze vormen zijn in Belgi&euml; niet beschikbaar.<\/p>\n<p><b>NK<sub>1<\/sub>-antagonisten<\/b><\/p>\n<p>Aprepitant 40 mg per os is werkzaam gebleken in de preventie van PONV. Het middel is beperkter onderzocht dan de 5HT<sub>3<\/sub>-antagonisten en is veel duurder dan andere anti-emetica. De 40 mg-sterkte is niet beschikbaar in Belgi&euml;. De 80 mg- en 125 mg-sterktes hebben&#x002C; net als fosaprepitant&#x002C; alleen nausea en braken bij emetogene chemotherapie als indicatie.<\/p>\n<p><b>Associaties<\/b><\/p>\n<p>Profylaxe met associaties van anti-emetica die op verschillende receptoren werken is werkzamer dan profylaxe met een anti-emeticum in monotherapie. Er worden diverse associaties van anti-emetica gebruikt&#x002C; meestal in lage doses om het risico van ongewenste effecten te reduceren. De associatie van ondansetron met droperidol of met dexamethason is het best onderzocht.<\/p>\n<h2>2. Behandeling van postoperatieve nausea en braken<\/h2>\n<p>&#8211; De behandeling van PONV is slechts beperkt onderzocht. Volgens de richtlijnen is een 5HT<sub>3<\/sub>-antagonist aangewezen indien de pati&euml;nt geen profylaxe kreeg en is&#x002C; in geval van falen van de profylaxe&#x002C; behandeling aangewezen met een middel uit een andere farmacologische klasse dan deze die gebruikt werd voor de profylaxe.<\/p>\n<p>&#8211; De behandeling van pati&euml;nten bij wie nausea of braken pas optreedt na ontslag uit het ziekenhuis&#x002C; bijvoorbeeld na ambulante heelkunde&#x002C; is niet onderzocht.<\/p>\n<h2>Enkele referenties<\/h2>\n<div class='references'>\n<p>&#8211; Gan T.J. Consensus guidelines for the management of postoperative nausea and vomiting. <i>Anesth Analg.<\/i> 2014;118:85-113 (<a href='https:\/\/dx.doi.org\/10.1213\/ANE.0000000000000002'>doi:10.1213\/ANE.0000000000000002<\/a>)<br \/> &#8211; Carlisle J&#x002C; Stevenson CA. Drugs for preventing postoperative nausea and vomiting. Cochrane Database of Systematic Reviews 2006&#x002C; Issue 3. Art. No.: CD004125. <a href='https:\/\/dx.doi.org\/10.1002\/14651858.CD004125.pub2'>doi:10.1002\/14651858.CD004125.pub2<\/a>.<br \/> &#8211; Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie. Richtlijn postoperatieve pijn 2012.<br \/> &#8211; Melton M&#x002C; Klein&#x002C; S&#x002C; Gan T. Management of postdischarge nausea and vomiting after ambulatory surgery. <i>Curr Opin Anesthesiol<\/i> 2011;24:612-19.<\/p>\n<\/p><\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Samenvatting Postoperatief treden nausea en braken frequent op. Preventief worden  [&#8230;]<\/p>\n","protected":false},"author":9,"featured_media":0,"comment_status":"closed","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[43,66],"tags":[20213,20224],"class_list":["post-175782","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-nieuw","category-2019-nl","tag-import_tags","tag-import_tags-nl"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/bcfi.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/175782","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/bcfi.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/bcfi.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/bcfi.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/users\/9"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/bcfi.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=175782"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/bcfi.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/175782\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":178367,"href":"https:\/\/bcfi.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/175782\/revisions\/178367"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/bcfi.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=175782"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/bcfi.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/categories?post=175782"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/bcfi.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/tags?post=175782"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}