De laatste maanden is in Vlaanderen een stijging van het aantal gevallen van bof waargenomen, vooral onder de studenten aan de universiteit of hogescholen in Gent. De meeste van die studenten meldden volledig te zijn gevaccineerd, d.w.z. dat ze twee doses hadden gekregen. Bij enkele studenten verliep de infectie ernstig, met complicaties zoals orchitis of meningitis.

Als verklaring voor deze uitbraak kunnen een aantal elementen een rol spelen.

– Het is bekend dat de bofcomponent in het vaccin tegen bof-mazelen-rubella de minst doeltreffende is van de drie componenten. Volgens sommige gegevens wordt slechts bij 80 à 90% van de gevaccineerden adequate immuniteit tegen bof opgewekt.  Daarom is volgens de Wereldgezondheidsorganisatie een hoge vaccinatiegraad van 90 à 92% met twee inentingen nodig om circulatie van bof binnen een populatie met frequente onderlinge contacten tegen te gaan. Deze hoge vaccinatiegraad zorgt er voor dat er voldoende groepsimmuniteit is om ook de personen die onvoldoende individuele immuniteit hebben toch te beschermen.

-Het bofvirus dat verantwoordelijk is voor de stijging van het aantal gevallen in Vlaanderen, blijkt van het genotype G5 (“Groningse variant”) te zijn. Bofvaccins blijken een verschillende doeltreffendheid te vertonen tegen verschillende bofstammen. De “Groningse variant” komt genotypisch minder goed overeen met het virus gebruikt voor het bofvaccin, en de opgewekte immuniteit door het vaccin zal dan ook bij minder individuen voldoende zijn. Een zeer hoge vaccinatiegraad met twee inspuitingen is in deze gevallen noodzakelijk om toch de nodige groepsimmuniteit te garanderen.

 

– Vermoedelijk is voor de recent getroffen studentengeneratie de vaccinatiegraad voor twee inspuitingen lager dan bij de jongere generatie. Zij waren de eersten die in België op grotere schaal tegen bof gevaccineerd werden, maar er was in de beginperiode bij een aantal artsen en ouders nog terughoudendheid tegen deze vaccinatie.

 

Om verdere verspreiding tegen te gaan roept het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid op om bij de studenten en kinderen die de kans lopen om in contact te komen met patiënten met bof, na te gaan of zij correct werden gevaccineerd.

  • Als zij niet werden gevaccineerd of slechts één dosis kregen, wordt aanbevolen een inhaalvaccinatie uit te voeren.
  • Als zij correct werden gevaccineerd, dient geen actie te worden ondernomen: er zijn onvoldoende argumenten om een derde dosis aan te bevelen.

Personen met bof dienen minstens 5 dagen thuis te blijven om verdere verspreiding te vermijden. Vaccinatie na contact met een besmette persoon geeft geen bescherming. Onlangs besliste het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid dat bof verplicht moet gemeld worden.

Nuttige informatie via www.zorg-en-gezondheid.be (zoekterm: ‘bof’) en www.vaxinfopro.be (zoekterm ‘bof’)